Oude wegracemotoren


Adier 250 GS

De wegracesport had ook in de jaren 1970 nog trouwe fans, maar toen behoorde Adler allang tot Grundig. Dieter Falk won in 1958 de Duitse wegracetitel op een Adler, een jaar nadat de allerlaatste exemplaren van deze pijlsnelle racemotoren in de Adler-fabrieken van de band rolden.

Aermacchi Ala d'Oro 350 dohc

Dit model behoort tot de viertaktmotoren van Aermacchi. Ondanks de ambitieuze verdere ontwikkeling van de motor zoals de dubbele nokkenassen die een hoger toerental mogelijk maakten (maar niet in andere machines van Aermacchi werden gebruikt), werden de viertaktmodellen in die tijd gaandeweg verdrongen door de steeds populairdere tweetaktmotoren.

Benelli 350 GP

Het bouwen van racemotoren was altijd al een dure aangelegenheid. Desondanks ontwikkelde Benelli nog tot in de jaren 1970 zowel 250cc-, 350cc- en 500cc-racemotoren. De 350 GP waarop Walter Villa in 1973 zijn races bestreed, is tegenwoordig te bewonderen als nostalgisch tentoonstellingsstuk bij de verzamelaar Willie Marewski uit Frankfurt.

BMW R 51 RS

Deze 500cc-motor, voorzien van een compressor, verscheen in 1939 en baarde zelfs opzien op het Isle of Man. En dat was niet alleen vanwege het typische, 'huilende' geluid. want in datzelfde jaar behaalde Schorsch Meier als eerste buitenlandse coureur de overwinning in de Senior-IT van de 500cc-klasse. De bovenliggende nokkenassen en koningsassen werden door de compressor tot nog grotere prestaties aangespoord.

Buell RW 750

Niet alleen de eigenzinnige maar toch elegante stroomlijnkuip zorgde voor een opmerkelijke start van het eerste model van de Amerikaanse fabrikant Buell. De RW 750 bezat bovendien een viercilinder-tweetaktmotor met roterende inlaten en woog ondanks 165 pk aan de krukas en een topsnelheid van 285 km/h nog geen 137 kg. Behalve de krukas en roterende inlaat waren ook de zuigers en cilinders van de machine door Buell zelf gemaakt. Na verscheidene overwinningen bij clubraces die Erik Buell met zijn RW 750, de Road Warrior, behaalde, werd de machine voortdurend verder verbeterd. Toen de machine uiteindelijk volledig geoptimaliseerd was. voldeed hij niet meer aan de richtlijnen van de American Motorcycle Association. die kort daarvoor veranderd waren; Buell verkocht slechts één exemplaar van de RW750.

Aermacchi Ala Verde

Bij de voor een motor bijna lichtvoetig uitziende Ala Verde gaat het om een eencilinder-viertaktracemachine uit 1966 die vooral faam verwierf tijdens diverse circuitraces. Met name de machines met een vijfversnellingsbak vertoonden ook in een verbeterde vorm veel uiterlijke overeenkomsten met de Ala d'Oro-motoren. Ondanks het ontbreken van een bovenliggende nokkenas, wist de Ala Verde vooral indruk te maken met zijn liggende motor en het kleine frontale oppervlak.

Benelli 250 GP

Bij de 250 GP had men slechts één doel voor ogen: goede resultaten behalen bij de Grand-Prix-races. Dit maakte de Australiër Kel Carruthers in 1969 waar door met de 230 km/h snelle machine het tweede wereldkampioenschap te winnen. Daaraan bijgedragen heeft zeker ook de 250cc-motor met tandwieltrein en de twee bovenliggende nokkenassen, waardoor de motor goed kon accelereren.

Bianchi 175 Tonale

De Tonale, waarvan de sportuitvoering ook als racemotor furore maakte werd vooral bekend als een zuinige motorfiets met een bovenliggende, kettingaangedreven nokkenas. De 175 Tonale leverde de Italiaanse fabrikant Bianchi niet alleen internationale reputatie op, maar ook de grootste omzet van alle machines die het bedrijf produceerde in de jaren 1950.

Brough Superior SS 80

Snelheidsrecords behoorden tot het vaste programma van de Brough-Superior-machines. Al in het begin van de jaren 1920 bracht een van de eerste modellen van het nog jonge bedrijf van George Brough, namelijk de SS 80. het record op 120 km/h, met een chassis uit eigen productie en een JAP-980-zijklepmotor.

Bultaco TSS


De TSS, een betaalbare racemotor waaraan telkens weer hartstochtelijk en met veel succes geknutseld werd was niet alleen populair op de Europese markt, maar ook in Zuid-Amerika. Van deze met een watergekoeld motorblok en zesversnellingsbak uitgeruste machine was ook een 125cc-, 175cc-, 250cc- en 350cc-versie verkrijgbaar.

2524d40bf1f74b56bc96c5ce79aa610c.jpg

Gilera

Het merk Gilera had al sinds zijn oprichting door de Italiaan Giuseppe Gilera in 1909 succes in de motorsport. Internationale roem verwierf Gilera met een zege bij de Zesdaagse van 1931. Vooral de viercilindermachines boezemden de concurrentie bij de races zeer veel ontzag in. Het sportieve succes bleef ook na de Tweede Wereldoorlog onverminderd groot, met modellen zoals de Rondine, Saturno en Piuma. Voor het 50e jubileum van het bedrijf deed Gilera zichzelf met de Giubileo een cadeau; deze motorfiets werd het grootste verkoopsucces in de geschiedenis van de onderneming. Hoewel het Gilera Rondine merk tien jaar later deel ging uitmaken van de ondernemingsgroep Piaggio, mocht het zelfstandig blijven werken. Dankzij het distributienet van Piaggio kon de verkoop van de Gilera's worden opgeschroefd en kwamen zo de financiële middelen binnen die nodig waren voor de dure ontwikkeling van racemotoren. De inspanningen werden beloond met wereldtitels in de enduro en motorcross. De kroon op het succes werd gevormd door de hattrick bij de Dakar-rally van 1990 tot 1992. Met de neergang van de bromfietsmarkt in Italië in de jaren 1990 kwam ook het einde voor Gilera.

Gilera 125 GP

De 125 GP was de eerste machine met een DOHC-tweecilindermotor, die de jonge Franco Passoni voor Gilera had ontwikkeld, bereikte, geen wereldtitel werd behaald, werden er toch meer dan tien jaar lang races mee gereden én ook gewonnen, zoals de Duitse Grand Prix in 1956. Tevens was hij goed voor diverse mondiale snelheidsrecords.

Gilera Piuma

De voor wegraces bestemde Piuma was gebaseerd op de Saturno, maar beschikte over nog meer motorvermogen. De wegracemotor maakte naam als geduchte concurrent door zeges bij races als Milano-Taranto en San Remo. Ook buiten de racesport vond de Piuma gretig aftrek. Op de afbeelding is de laatste fabrieksmachine van Gilera te zien, een motor met racepotentieel en een topsnelheid van 210 km/h. Met deze motor behaalde Gilera de zege bij de Grand Prix des Nations.

Gilera Quattro

Tussen 1949 en 1957 won de Quattro zes keer het wereldkampioenschap. Zes jaar later haalde het intussen wat meer op rendement lettende bedrijf met zijn Quattro nog altijd de tweede plaats in het wereldkampioenschap, mede dankzij de vroegere fabrieksrijder Geoff Duke. De constructeur van deze racemotor, Pietro Remor, had de opvolger van de Rondine uitgerust met een luchtgekoelde DOHC-viercilindermotor.

Honda

In de persoon van de Japanner Soichiro Honda betrad in 1948 een grote nieuwe speler het motortoneel, iemand, die de Europese concurrentie vrees zou inboezemen. Al twintig jaar na de oprichting had Honda zestien wereldtitels in de wacht gesleept. Nog sneller, na twee jaar, had Honda de Japanse markt veroverd. Dit economische succes stond aan de wieg van technische innovaties zoals de eerste motorfiets met een OHV-viertaktmotor die in 1951 op de mark kwam. Enkele jaren later volgden de succesvolle Dream-modellen en in 1968 de CB750 Four, de eerste grote machine ter wereld. Deze had vier cilinders en betekende voor Honda de toegang tot de buitenlandse markt. In de volgende tien jaar gingen meer dan een miljoen exemplaren van de CB750 Four over de toonbank en werd de naam Honda algemeen bekend.

Honda RC166

De sterke zescilinder beschikte over dubbele, bovenliggende nokkenassen en 24 kleppen. De RC166 zette nieuwe standaards in de motorfietstechniek. In 1966 won de wereldberoemde coureur Mike Hailwood met een RC 166 tien van twaalf GP-races in de 250cc-klasse. Net zo succesvol als de RC166 was de hiervan afgeleide 350cc-versie, de RCI 74.

Vermogen: meer dan 66 pk
Inhoud: 249 cc

Honda RCB 1OOO

Al bij de allereerste 24-uurs-duurrace in Le Mans sleepte Honda prijzen in de wacht. Ook in de daarop volgende races in 1979 en 1980 zette het merk de zegetocht voort met de succesvolle RCB 1000. Christian Leon en Jean-Claude Chemarin wonnen samen zelfs vier keer op rij. De RCB 1OOO, die over ruim 120 pk beschikte, was een respect afdwingende sportmotor.

Bouwjaar: 1976
Vermogen: meer dan 120 pk
Inhoud: 997 cc

Indian 750 Sport Scout

Bij grote motorwedstrijden zoals de Flattrack-races reden niet alleen de coureurs met hun machines tegen elkaar, maar ook de fabrikanten, in het bijzonder Indian en Harley-Davidson. Meestal ging Indian er met de buit vandoor. Ook de 750 Sport Scout was een goede reclame voor het Amerikaanse bedrijf.

Bouwjaar: 1937    Vermogen: 25 - 30 pk

Jawa 500 dohc

Niet alleen de coureur Stasny maar ook Steiner en Havel lieten de concurrentie met deze fabrieksmotor, waarin een DOHC-motor zijn werk deed, ver achter zich. Ook andere Jawa-modellen leverden het merk bij nationale en internationale races succes op.

Model: 500 DOHC, racemotor
Bouwjaar: 1954
Vermogen: 55 pk
Inhoud: 499 cc
Type: tweecilinder, viertakt

Kawasaki ZXR 750

De sportmotoren van Kawasaki waren altijd al krachtig en succesvol. Dat bewees ook de Amerikaan Scott Russell door in 1993 met een 750 cc-fabrieksmotor de Superbike-titel te behalen. De ZXR 750 uit 1993, het standaardmodel, kenmerkte zich onder andere door een onder de koplamp aangebrachte Ram-Air-inlaat. Ook voldeed hij aan de vermogenseisen van zowel de fabrikant als van de racesport.

Model: ZXR 750   Bouwjaar: 1993      
Inhoud: 749 cc    Type: viercilinder, viertakt
Vermogen: 100 pk

Kreidler GP

Kreidler GP Bij deze GP-racemotor uit 1963, waarmee in hetzelfde jaar Georg Anscheid de tweede plaats in het wereldkampioenschap veroverde, waren niet alleen de remmen van magnesium; ook delen van het nieuwe frame waren gemaakt van dit lichte materiaal. De eencilinder-tweetaktmotor was uitgerust met twee carburateurs en een inlaatregeling met twee roterende inlaatschijven.

Model: Grand-Prix, Rennmotorrad      Bouwjaar: 1963   Vermogen: 14 pk
Inhoud: 49 cc                                                Type: eencilinder, tweetakt

Mondial 125 Sport

Het motto van dit seriemodel met stuurdemper en tank met snelsluiting luidt sportiviteit. Een open aanzuigkelk completeert het liefdevol gevormde geheel, net als de vorkeinden en de trommelrem met luchttrechter. De OHV-motor van de 125 Sport was conventioneel van aard, maar stelde hem niettemin in staat deel te nemen aan langeafstandsraces.

Model: 125 Sport     Bouwjaar: 1957
Vermogen: 6 pk        Inhoud: 123 cc
Type: eencilinder, viertakt

Moto Guzzi C4V

De C4V, waarbij de 'C' stond voor racemotor, was de eerste motorfiets van deze fabrikant die meedeed aan een Grand Prix. De 130 kg wegende Quattro Valvole. die een eencilinder-viertaktmotor met vierkleppentechniek had (ook dat was in de naam terug te vinden), haalde in zijn klasse een nauwelijks te overtreffen topsnelheid van 150 km/h.

Model: C Quattro Valvo/e     Bouwjaar: 1924
Vermogen: 22 pk                      Inhoud: 498 cc        Type: eencilinder, viertakt

Moto Guzzi GT Norge

Het frame van de GT Norge beschikte voor over vier veren. Daarmee hief men het probleem op van de moeilijk te combineren techniek van achterwielophanging en torsiestijfheid. De modelnaam van deze solide machine verwijst naar een race die Guiseppe en Carlo Guzzi eens samen bestreden in de buurt van de poolcirkel.

Model: GT Norge     Bouwjaar: 1928     Vermogen: 78 pk     Inhoud: 498 cc
Type: eencilinder. viertakt

Moto Guzzi Condor

Toen de Condor, die gebaseerd was op het concept van de GTV-toermotor, als seriemodel op de markt kwam, heette hij nog GTCL Dankzij het gebruik van aluminium en magnesium woog deze racemotor slechts 140 kg. Op de circuits liet deze 500cc-machine een goede indruk achter.

Model: Condor
Bouwjaar: 1941
Vermogen: 28 pk
Inhoud: 498 cc
Type: eencilinder, viertakt

Moto Guzzi Bicilindrica

Aangezien de ontstekingsvolgorde het verloop van het koppel bepaalde, werd in de Bicilindrica een motor onder een hoek van 120 graden geplaatst. Deze racemotor was het eerste model met achterwielvering en deed zijn voorloper, de 250cc- eencilinderracemotor. alle eer aan. In 1935 won Moto Guzzi metde Bicilindrica de Tourist Trophy.

Model: Bicilindrica     Bouwjaar: 1935     Vermogen: 44 pk

Moto Guzzi 350 Bialbero

De 350 Bialbero was een staaltje van innovatieve techniek. Deze racemotor bereikte een topsnelheid 220 km/h en deed het ook internationaal heel goed, bijvoorbeeld bij de WK's, waar hij diverse keren op rij zegevierde. Met zijn stalen buischassis, de eencilinder-viertaktmotor en de ook nu nog moderne dubbele ontsteking was de Bialbero op circuits nauwelijks bij te houden.

Model: 350 Bialbero     Bouwjaar: 1954     Vermogen: 37 pk     Inhoud: 350 cc     Type: eencilinder, viertakt

De Moto Guzzi en NSU windtunnel

Het lag in de lijn der verwachtingen dat ook het achterwiel een vering zou krijgen, zodat de bestuurder nog comfortabeler kon rijden. Bij hoge snelheden was de motorfiets daardoor echter beduidend slechter stuurbaar, wat ertoe leidde dat vooral racemotoren nog lange tijd zonder achterwielvering reden. Pas in 1935 kwam ook op dit gebied de doorbraak met de hydraulisch gedempte 'telegabel' van BMW, een toekomstgericht systeem, zoals zou blijken. Aan het begin van de 20e eeuw maakte de vliegtuigtechniek een enorme sprong voorwaarts. Hiervan profiteerde ook de motorfietsontwikkeling, en beide technieken profiteerden later weer van de Eerste Wereldoorlog. Zowel vliegtuigen als motorfietsen werden voor het gebruik in de oorlog verder ontwikkeld. Na de oorlog legden de geallieerden Duitsland een verbod op om vliegtuigen te maken en ondernemingen zoals BMW, die erg succesvol op het gebied van de luchtvaart waren, liet zijn ingenieurs nieuwe motorfietsen en auto's ontwikkelen. Het blauwwitte BMW-symbool symboliseert overigens een propeller en is een overblijfsel uit de tijd dat het Beierse bedrijf nog actief was in de luchtvaart. Vliegtuigbouwers zoals Max Friz van BMW keken natuurlijk heel anders tegen een motorfiets aan dan een technicus uit de fietsindustrie. In 1923 koppelde Friz - overigens net als twee jaar daarvoor vliegtuigingenieur Carlo Guzzi dat bij de C2V had gedaan - de achteras direct aan de besturing. Daarmee had de motorfiets (een BMW R32) niet alleen veel meer stabiliteit, maar kreeg hij bovendien het typische uiterlijk van een motor zoals we dat nu kennen. Het fietsframe behoorde daarmee tot het verleden.

MZ RZ 250

De sportafdeling van de Duitse motorfietsfabrikant MZ kon niet alleen bogen op coureurs als Mike Hailwood, maar ook op machines met veel vermogen, zoals de RZ 250 met een watergekoelde tweecilinder-tweetaktmotor. De constructie van deze machine was begonnen in 1954, maar nam enige tijd in beslag. Pas aan het eind van de jaren 1960 wisten de superieure GP-motoren uit Japan de Duitse concurrentie achter zich te laten.

Model: RZ250     Bouwjaar: 1973     Vermogen: 60 pk     Inhoud: 250 cc
Type: tweecilinder, tweetakt

Norton

Toen in 1907 een met een Peugeot-motor uitgeruste motorfiets van James Landsdowne Norton de motorraces op Isle of Man wist te winnen, was de basis gelegd voor de succesvolle Norton-racemotoren. De 500cc-Single, een motorblok dat Norton in 1927 had ontwikkeld, was zo sterk dat motorfietsen met deze motor erbijna altijd met de buit vandoor gingen. Later maakte Norton vooral naam met zijn rijwielgedeeltes en geveerde frames. Financiële problemen, die een tijd lang telkens weer opgevangen konden worden, leidden uiteindelijk tot het faillissement. Later werd het merk opnieuw leven ingeblazen en in 2005 kwam de Norton Commando 952 op de markt.

NSU 351 SS

Een van de kenmerken van de door de constructeur Walter William Moore ontworpen 351 SS met laag zwaartepunt was de formidabele koningas-aandrijving. Behalve de 351 SS had NSU aan deze specialist, die eerder bij Norton had gewerkt, ook de 501 SS te danken. Met de 351 SS kwam het merk voortaan ook uitstekend voor de dag op de circuits.

Model: NSU 351 SS     Bouwjaar: 1936     Vermogen: 25 pk     Inhoud: 346 cc
Type: eencilinder, viertakt, koningsas

NSU Rennmax

Zo'n succesjaar als 1953 had NSU in de motorsport tot dan toe nog niet beleefd. Dit succes had het bedrijf voornamelijk te danken aan zijn Rennmax. Deze 210 km/h snelle sportmotor, die uitgerust was met een plaatstalen frame en achtervork van de serie-Max, won met Werner Haas zowel het Duitse kampioenschap als het WK. Ook de voorvork van deze 117 kg zware machine had zijn oorsprong in de seriemotor.

 

Model: NSU Rennmax (racer)     Bouwjaar: 1953     Vermogen: 36 pk     Inhoud: 248 cc     Type: tweecilinder, viertakt

Yamaha TD 2

De TD 2 was een update van de eerste motorfiets die Yamaha als breed verkrijgbare production racer aanbood. Dit model ontstond op basis van het YDS 2-motorblok, terwijl het frame van de RD-56-fabrieksmachine kwam, dat op zijn beurt weer was afgeleid van Nortons featherbed frame.


Bouwjaar: 1969     Vermogen: 44 pk     Inhoud: 250 cc     Type: tweecilinder, tweetakt

Yamaha TR 2

Net als de TD 2 werd ook de racemotor TR 2, die 240 km/h kon bereiken, uitgerust met het frame van de fabrieksmachine RD 56. De R3-motor van de TR 2 werd bovendien verbeterd zodat de machine een groter vermogen had. Dankzij deze 350cc-tweecilindermotor kon Yamaha met de nieuwe restricties voor 350cc-machines, die voortaan slechts tweecilinders mochten hebben, prima leven.

 

Bouwjaar: 1970     Vermogen: ca 55 pk    Inhoud: 350 cc     Type: tweecilinder, tweetakt