Home » Mill

Wegraces in Mill

In Mill werden van 1972 tot en met 1976 in totaal 5 wegraces georganiseerd, allen onder auspiciën van de KNMV.

Eerst werd er op het 5,1 kilometer lange, extreem hoekige, circuit "De Spie" gereden, later op het 4,3 kilometer lange circuit "De Dellen".

Boet van Dulmen reed op het eerste circuit de snelste ronde in 2.37,8 hetgeen een gemiddelde snelheid inhield van 116,3 km/uur. Op het tweede circuit reden Boet van Dulmen en Wil Hartog beiden de snelste tijd in 1.58,7 hetgeen een gemiddelde snelheid van 130,4 km/uur betekende. Dit was in 1976 bij de laatste race.

Hieronder een optekening van de wegrace in 1972.

Wat er in korte tijd allemaal kan groeien als het ware enthousiasme aanwezig is werd getoond door de wegraces in Mill, de laatste wegwedstrijd van het seizoen. De organisatie hiervan is ontstaan uit de supportersclub van Henk v. Kessel, de renner die in enkele jaren al een aardig stukje op de motorsportladder geklommen is. Het ging allemaal erg snel (de supportersclub werd pas anderhalf jaar geleden opgericht) maar wel goed met een actieve „Stichting Wegraces Mill" die de juiste deuren wist te openen en als allerbelangrijkste het gemeentebestuur voor haar ideeën wist te winnen. Zo geschiedde het dat er meteen een leuk, zij het niet al te breed circuit gevonden kon worden door bestaande wegen te verbinden met een nieuw stuk en grindgedeelten te asfalteren. Het circuit is ruim 5 kilometer lang en telt een groot aantal bochten, zowel snelle als langzame, maar de langzame haakse hoeken overheersen waardoor de gemiddelde snelheden nauwelijks boven de 110 km/u kwamen. Jammer was het dat er slechts weinig deelnemers kwamen opdagen, ook al door de concurrentie van de standaardraces op Zandvoort, zodat enkele klassen samengevoegd moesten worden (zelfs nationalen met internationalen) om nog een redelijk veld aan de start te krijgen. Dit drukte ook zijn stempel op de kwaliteit van de races zodat die wel gauw vergeten zullen worden. Hopelijk gaat het volgend jaar beter; dat verdienen die Brabanders echt! Begonnen werd met twee series van de 50 cc-nationalen, een van de weinige goed bezette klassen. Daarna kwamen de 250 cc-nationalen aan de start, ook nog een een redelijke groep. In de loop van de eerste ronde pakte Rien Verzendaal de leiding en trok meteen duidelijk bij zijn achtervolgers vandaan. Van zijn gevaarlijkste achtervolgers kwamen Peter Pauw en Karel Zegers door bepaald niet vlekkeloos lopende machines niet goed uit de verf, vooral tijdens de eerste ronden niet. Desondanks konden zij zich nog voorin de stoet rijders handhaven, wat zij dankten aan de matige kwaliteit van de rest. Beiden hadden het geluk dat hun machines zich prettiger begonnen te gedragen naarmate de race vorderde. Peter Pauw draaide in de laatste ronden zelfs de snelste tijd, veroverde de tweede plaats en liep in op kopman Rien Verzendaal, maar diens voorsprong was te groot geworden om nog te kunnen overbruggen. Joe Meijer werd derde met lichte voorsprong op Karel Zegers die ook enkele ronden voor het einde nog een flink stuk naar voren was gekomen. De volgende race was die van de klasse 125 cc-nationaal en daarin kon Henk v. Kessel, de plaatselijke favoriet waarmee alles begonnen is en die in deze klasse inderdaad echt favoriet was, kampioen geworden. Tot groot genoegen van het talrijke publiek (ongeveer 10.000!) deed Henk v. Kessel precies wat van hem verwacht werd. Onmiddellijk na de start nestelde hij zich aan de leiding en stond die niet meer af. Hij pakte vlot een duidelijke voorsprong en bouwde die elke ronde iets verder uit totdat het uiteindelijk ruim 16 seconden waren. Roel Cornelis bezette van de eerste tot de laatste ronde de tweede plaats, maar hij mocht geen moment verslappen want een flink aantal rijders bleef dicht in zijn buurt.

W. Reindersma zat vrijwel voortdurend op dé derde plaats, maar in de allerlaatste ronde werd hij gepakt door Hans Peter Velden nadat kort daarvoor ook Bert Smit door hem al een plaatsje
was teruggedrongen. Hoewel de klassen 350 en 500 cc- internationaal waren samengevoegd gingen er in totaal slechts tien rijders van start. Nico v. d. Zanden kwam met een uiterst lichte voorsprong op Piet v. d. Wal van de eerste ronde terug zodat het een aardig gevecht tussen de 350 en 500cc-rijders leek te worden. Dat gebeurde echter niet, want Piet v. d. Wal ging in de tweede ronde even in de fout en raakte daardoor een heel eind achter. Terwijl v. d. Wal zijn achterstand begon in te lopen vergrootte v. d. Zanden zijn voorsprong op de rest van de rijders maar halverwege de race kwam een eind aan deze snelle demonstratie door olielekkage bij zijn machine. Daardoor kwam Jan v. Disseldorp op kop, en dat gaf hem een duidelijke stimulans om er een forse schep bij te doen. Het lukte hem om een minuut voorsprong te boeken op Fred. v. d. Dolder, de tweede man in zijn klasse en die had enkele seconden winst op Ton Cové. Maar tussen v. Disseldorp en v. d. Dolder had inmiddels v. d. Wal zich weer genesteld, echter met grote, ongeveer gelijkblijvende achterstand op de koploper en latere winnaar Jan v. Disseldorp. Vijf ronden moesten de nationale 50 cc-rijders in de finale afleggen. Het werd een van de nog redelijk aardige races, met niet al te grote verschillen tussen de rijders. Om de overwinningen duelleerden Engelbert Kip en Piet Pecht, wat gewonnen werd door eerstgenoemde, terwijl vlak achter dit tweetal nog een duel uitgevochten werd om de derde plaats. Die ging uiteindelijk naar Gerrit Strikker die in de laatste' ronde Nico Rijkhoff versloeg. Slechts 'drie internationale 250 rijders waren komen opdagen(???), zodat om er toch nog een race van te maken besloten werd een aantal nationale rijders uit te nodigen. De ging met groot gemak naar Nico v. d. Zanden die van Sterglas sponsor George Wilbrink een splinternieuwe Yamaha TD3 gekregen had (en een nieuwe TR3 zit er aan te komen.. Rien Verzendaàl (nationaal) werd tweede nadat in de laatste ronde Peter Pauw zijn veilig lijkende tweede plaats verloor door machinepech. Roel Eeizak werd derde en Willem Dolfing vierde. De laatste race was die van klasse 50 cc-internationaal waarin wederom Henk v. Kessel favoriet was. Net als in de 125 cc-race nam hij meteen de leiding, maar ditmaal moest hij halverwege de race toch zijn meerdere erkennen in Jan Bruins die hem met enkele seconden verschil wist te verslaan. Met z'n tweeën hadden zij een grote voorsprong op de rest van het veld, waarvan Ton Daleman zich de sterkste toonde door in de laatste ronde Ton Kooyman van de derde plaats te verdringen.