Home » Assen

Grand Prix van Assen


1925: de eerste 'Dutch T.T.'

Op zaterdag 11 juli 1925 werd de eerste 'Dutch T.T.' gehouden. Van een ‘echt’ circuit was nog geen sprake, er werd toen nog op de openbare weg gereden.
De in 1922 opgerichte 'Motorclub Assen & Omstreken' had een 28,4 kilometer lange driehoek van wegen tussen Rolde (start/finish), Borger en Schoonloo als circuit uitgezet.
De weg was er slechts 3 m breed, stoffig en op sommige gedeelten stond het wegdek bol. Ook hadden de renners er op een 4 kilometer lang traject gezelschap van een stoomtrammetje.

Een zandweg, een grintweg en een gedeelte met een bestrating met Brabantse keien werden voor lief genomen.

Er hadden zich 35 renners ingeschreven. Slechts vier van hen haalden de finish.
In de 250 cc klasse was Arie Wuring (BSA) de enig overgebleven renner en daarmee dus winnaar.
De 350 cc klasse werd gewonnen door Hajo Bieze (New Imperial).
Piet van Wijngaarden (Rotterdam) won met zijn Norton uiteindelijk de race in de 500 cc klasse.

De snelste ronde werd gereden door Bertus van Hamersveld, die op zijn 500 cc "Halve Harley" (Davidson) vierklepper een gemiddelde van 104,0 km/u draaide.



1926

In 1926 wordt de race op een ander circuit gehouden. Commissaris van de Koningin in Drenthe Jan Tijmens Linthorst Homan, zelf een oud motorrijder, had er zich voor ingespannen dat de race behouden zou blijven voor de provincie. Het nieuwe circuit kwam dichter bij Assen te liggen en de start/finish was op 'De Haar'.

Beroemde punten op dit circuit waren De Haar, Barteldsbocht, Oude Tol, Hooghalen, Laaghalen en Laaghaler­veen.

Winnaars in 1926 waren Geert Timmer (175 cc), Gerard Dieter (250 cc), John Moos (350 cc), Piet van Wijngaarden (500 cc), Arthur Dom (750 cc) en Jan de Roode (1000 cc).


1927

In 1927 krijgt de 'Dutch T.T. de status van internationale races mede door de deelname van internationale renners als de Norton fabrieksrijder Stanley Woods.

De T.T. 1927 was een succes geweest en de Assenaren hadden getoond de organisatie van een internationale wegrace aan te kunnen.

Winnaars in 1927 waren Arie Wuring (175 cc), Han van Kooten (350 cc), Stanley Woods (500 cc) en Hendrik van der Veen (750 cc).

In de 250 cc klasse behaalde geen enkele coureur de finish.


Foto uit 1929. Hier wordt Ernie Nou op Rudge na een dramatische 500 cc race als winnaar afgevlagd.

#80 Creemers op Norton #69 De Kleyn op Sarolea #82 Boers op New Hudson


1930: promotie tot "Classic Event"

Het een heuglijk feit, dat op het voorjaarscongres van de F.I.d.C.M. besloten was de Nederlandse T.T. de status van "Clas­sic Event" te verlenen. Daardoor stond dit evenement op één lijn met de Engelse T.T. en de Grote Prijzen van Frankrijk, Duitsland en België. Deze internationale erkenning getuigde van een waardering voor hetgeen de Assenaren in enkele jaren tot stand hadden gebracht.

#3 P. van Dinter op een 175 cc D.K.W.

De hoofdtribune in 1930. Veel publiek!

Winnaars in 1930:

175 cc Piet van Dinter (DKW) 250 cc Arthur Geiss (DKW)
350 cc Arthur Simcock (AJS) 500 cc Graham Walker (Rudge)

#61 Piet van Wijngaarden op een 500 cc Norton.


1933

In dit jaar was de Afsluitdijk in gebruik genomen, een nieuwe aanvoerweg naar het jaarlijkse motorfeest.

Er waren ruim 100 aanmeldingen waarvan 45 in de grootste (500 cc) klasse.

Op de middelste foto v.l.n.r. Ivan Goor (Benelli 175), G. de Ridder (Grindlay Peerless 250), Ted Mellors (New Imperial 250), Piet van Wijngaarden (Norton 350) en Stanley Woods (Norton 350).

Winnaars in 1933 waren: 175 cc Yvan Goor (Benelli), 250 cc Ted Mellors (New Imperial), 350 cc Stanley Woods (Norton) en 500 cc Stanley Woods (Norton).


1934: Grote Prijs van Europa

In een periode van een maand waren er diverse grote internationale wegraces. Dat begon op 11 juni met de Engelse T.T. en eindigde op 15 juli met de Belgische Grand Prix. Tussendoor waren er de Grand Prix van Nederland, Duitsland en Zwitserland. In andere landen werden ook wel races gehouden maar die hadden niet de allure en status van een 'Classic Event'.

Onze T.T. begon aan zijn tweede lustrum. Men was er trots op dit jaar de Grote Prijs van de F.I.d.C.M. (de huidige F.I.M., red.) te mogen organiseren. Het was een eervolle onderscheiding, waaraan veel waarde werd gehecht. De winnaars werden officieus beschouwd als de Europese kampioenen, vandaar dat de aanduiding „Grote Prijs van Europa" meer opgang deed dan de officiële benaming van „Grote Prijs van de F.I.d.C.M.".

Arie van der Pluym

Willy van Gent met een 350 cc  Rudge

Jac. Schot (links) en Jaap Fijma

De winnaars van 1934: 175 cc Yvan Goor (Benelli), 250 cc Walfried Winkler (DKW), 350 cc Jimmie Simpson (Norton) en 500 cc Pol Demeuter (FN).


1935


1939

In Assen werd 1939 gedomineerd door coureurs en motoren uit Duitsland. In de drie verreden klassen (250-, 350- en 500 cc) kwamen de overwinningen op naam van respectievelijk Ewald Kluge (DKW), Siegfried Wünsche (DKW) en Georg Meier (BMW). De editie van 1939 zou in verband met de Tweede Wereldoorlog de voorlopig laatste worden. In 1946 komt dan de herstart.

Dorino Serafini op een Gilera viercilinder

Jan Veer met zijn Velocette

winnaar Georg Meier op zijn BMW


Bochtenwerk bij Hooghalen


1946

Na de oorlogsjaren was er fikse opknapbeurt nodig om alles weer op orde te krijgen. Zo waren de tribunes, rondeborden en andere uitmonstering van het circuit niet meer in bruikbare staat en diende het circuit ook een opknapbeurt te ondergaan voordat er weer een wedstrijd georganiseerd kon worden.

En dan eindelijk op 14 september 1946, ruim zeven jaar na het laatste grote evenement, was Assen als van ouds versierd, razend vol en weer helemaal in de goede en vertrouwde T.T.-sfeer.

de echte T.T.-sfeer was er weer!

L. Simons (250) L. van Rijswijk (350) P. Knijnenburg (500)

winnaar Piet Knijnenburg

Winnaars in 1946: 125 cc Jaap de Wit (Eysink), 250 cc Lo Simons (Excelsior), 350 cc Lous van Rijswijk (Velocette) en 500 cc Piet Knijnenburg (BMW).


Winnaars in 1947: 350 cc Peter Goodman (Velocette) en 500 cc Artie Bell (Norton)


Winnaars in 1948: 125 cc Dick Renooy (Eysink), 350 cc Ken Bills (Velocette) en 500 cc Artie Bell (Norton).


1971