Problemen met de K.N.M.V.

In 1949 werd de Nederlandse Motorsport Bond opgericht door een groep ontevreden (K.N.M.V.) motorcrossers uit het zuiden van het land.

Halverwege de 60'er jaren waren het de wegrenners die ontevreden waren met het beleid bij de K.N.M.V..

De voornaamste oorzaken van deze ontevredenheid:

  1. Het gebrek aan voldoende startgelegenheid
  2. De kosten voor deelname
  3. Het selectiebeleid voor het verkrijgen van een startbewijs
  4. Problemen met de logge organisatie en de hautaine houding

Voor alle duidelijkheid zullen we deze vier punten nader bekijken:

1. Gebrek aan startgelegenheid.
De K.N.M.V.-wegracekalender van 1966 hield niet over:
De nationale kampioenschappen werden verreden in slechts zes wegraces. De 50 en 125 cc reden alle zes de wedstrijden. De andere klassen echter kwamen in Rockanje en Oldebroek niet aan de start zodat de 250, 350 en 500 cc slechts aan vier kampioenswedstrijden deelnamen. Was dat alles dan, nee. Voor de 50 cc was er nog een wedstrijd op Zandvoort tijdens de standaardraces en bovendien in Uden nog een extra wedstrijd voor de twee lichtste klassen. Behalve dit waren er op Zandvoort nog twee races voor standaardmotoren, een 6-uur en een sterrendag. Alles bij elkaar een schamele wegracekalender.

2. De kosten voor deelname.
Het betalen voor een paar rondjes om op een circuit aan de andere kant van Nederland te kunnen rijden schoot bij veel wegrenners in het verkeerde keelgat. Hoewel het in Nederland halverwege de 60'er jaren economisch al wat beter ging waren de meeste coureurs al blij een racemotor, het onderhoud en het vervoer te kunnen bekostigen.

3. Het selectiebeleid voor het verkrijgen van een startbewijs.
Om aan wegraces te kunnen deelnemen moesten de renners na aanvraag van het startbewijs, een proef van bekwaamheid op het circuit van Zandvoort afleggen. Dit geschiedde voor aanvang van het raceseizoen. Aan deze selectie zaten heel wat haken en ogen. Hierover later meer.

4. Problemen met de hautaine houding en logge organisatie.
De houding die K.N.M.V. uitstraalde was er een van: "Je moet blij zijn dat je bij ons mag rijden". Ook bij de Centrale Sportcommissie van de K.N.M.V. was het blijkbaar doorgedrongen dat het een en ander niet geheel vlekkeloos verliep. In het bondsorgaan van de K.N.M.V., het blad "Motor", verschenen in de loop van 1966 dan ook een tweetal artikelen met uitleg over de toenmalige wegracerij.

Om een juist beeld te schetsen volgt hier de volledige tekst van beide artikelen:

"Motor", 18 februari 1966 nr. 7.
Bij wegraces geen junioren en senioren meer! 
De Centrale Sportcommissie van de K.N.M.V. heeft een nieuwe regeling voor het deelnemen aan wegraces ontworpen. Hiervan dienen ook in de wegracesport geïnteresseerde MOTOR-lezers op de hoogte te zijn en wij zullen daarom de belangrijkste punten vermelden. Het is zeer verheugend dat de motorsport bloeit en steeds meer beoefenaars trekt. Dit schept echter ook problemen, want door het grote aantal deelnemers aan races per wedstrijddag - vooral in de 50 cc klasse - moet in (vele) series en een finale worden gereden. Alles gaat nog eens dubbelop omdat er junioren en senioren zijn. Series en finales moeten daardoor noodgedwongen tot korte afstanden beperkt worden met als gevolg, dat de renners weinig voldoening van hun speciale machines hebben en te weinig ervaring kunnen opdoen om in hun sport vooruit te komen. De oplossing zou zijn: meer races. Hoewel er enkele plannen zijn voor nieuwe circuits, zijn deze nog niet definitief en dus blijft de mogelijkheid tot starten voorlopig nog beperkt. Maar er wordt aan gewerkt!! Om de serieuze beoefenaars van het wegracen een betere kans te geven, zal nu een selectie worden toegepast. De splitsing tussen junioren en senioren is vervallen; deze groepen worden gecombineerd tot "nationalen", waardoor per klasse ten hoogste 60 startbewijzen zullen worden verstrekt. Afgaande op de toestand van de laatste jaren betekent dit dat -mits aan de voorwaarden voor klassering (waarover straks) wordt voldaan- alle gegadigden voor de klassen vanaf 125 cc een kans hebben. Voor de grote massa 50 cc renners is het helaas een beperking. Op het circuit van Zandvoort zullen drie trainingsdagen gehouden worden (2 en 16 april, 7 mei), waarvoor allen, die voor 8 maart a.s. een voorlopig wegracestartbewijs hebben aangevraagd, kunnen inschrijven. Houders van een startbewijs voor races met standaardmotoren vallen hier buiten. Men moet aan tenminste twee trainingsdagen deelnemen. Uit de tijden van de snelste drie renners (of wanneer in een klasse meer dan tien renners aan de training deelnemen, van de vijf snelste) wordt een gemiddelde berekend. De rijders die tenminste drie ronden hebben afgelegd in een tijd, die en hoogste 150/0 boven het gemiddelde ligt, komen voor klassering, d.w.z. voor een definitief startbewijs, in aanmerking. Zijn dit er meer dan 60, dan hebben de snelste renners voorrang. De nationale renners rijden in een competitie om het Nederlands kampioenschap. Het kampioenschap voor de internationale renners wordt in een race (Zandvoort 31/7) verreden. Het internationale startbewijs is geldig voor internationale wegraces in binnen- en buitenland, die niet tellen voor het wereldkampioenschap. Voor Grand Prix racing zal een groepje prominenten worden geselecteerd. Wie een internationaal startbewijs heeft, mag niet deelnemen aan races met standaardmachines. Niet iedereen zal deze regeling geheel bevredigen, maar waar gehakt wordt, vallen spaanders. Het is een poging om serieuze renners een betere kans te geven. Dit alles geldt als een proefneming, waarbij de Centrale Sportcommissie de mogelijkheid heeft open gehouden om van de bepalingen af te wijken of de regeling tussentijds aan gebleken behoeften aan te passen.

In "Motor" van 29 juli 1966, nr. 30 verscheen opnieuw een redactioneel artikel over de problemen met de startgelegenheid:

Lichtpunten voor wegraceliefhebbers.
Toegegeven! Wij staan er minder slecht voor dan de Zwitsers, want wij hebben Assen, Tubbergen, Zandvoort, Etten, Rockanje en Oldebroek. De Zwitsers hebben. .. niets. Of toch, ze houden hun kampioenschapsrace, maar dat doen ze noodgedwongen buiten de deur, want in het land zelf is elke snelheidswedstrijd op de openbare weg verboden. Dus huren ze het Hockenheim circuit in Duitsland en alle Zwitsers mogen dan gratis komen kijken. Als u nu opmerkt, dat die Zwitsers dan maar knappe kerels zijn, die ondanks het ontbreken van oefengelegenheid in eigen land toch wereldkampioenschappen behalen, dan heeft u gelijk. Maar de conclusie dat een land dus zelf geen wegraces behoeft te organiseren om toch over topcoureurs te kunnen beschikken is niet juist. Want Luigi Taveri (37) en Fritz Scheidegger (35) zijn geen jonkies meer. Ze hebben het vak geleerd toen er in Zwitserland nog geracet kon worden. De jongeren missen die kans. Over naar ons eigen land, waar zo op het eerste gehoor het vermelde lijstje heel wat lijkt. Maar Assen is alleen voor de internationale cracks, Rockanje en Oldebroek zijn gewaardeerde bolwerken voor de lichte machines, maar verboden voor boven 125 cc. De spoeling is dus dun en het is maar een geluk, dat de K.N.M.V. Zandvoort enkele malen per jaar laat draaien, anders zag het er helemaal treurig voor de wegrenners uit. Herhaaldelijk duiken er geruchten op over nieuwe mogelijkheden om de renners de zo nodige ruimere startgelegenheid te geven. Maar als het puntje bij paaltje komt, blijken de bezwaren onoverkomelijk te zijn. Toch is er nu misschien een lichtpunt. Er zijn er zelfs twee, beide in Brabant. Al enige jaren wordt er gesproken over de aanleg van een circuit in het recreatieoord Beekse Bergen in de gemeenten Tilburg en Hilvarenbeek. Door de Nederlandse Sport Federatie is in overleg met de samenwerkende organisaties onlangs aan het bestuur van het recreatieoord een rapport aangeboden, waarin adviezen zijn verwerkt over een te bouwen circuit. De lengte hiervan zou 10 km bedragen, waarin hoogteverschillen aanwezig zijn en nog kunnen worden aangebracht, breedte minimum negen meter, in de bochten tien meter. Bij de opzet is rekening gehouden met een moderne accommodatie en uiteraard met uitgebreide veiligheidsmaatregelen. Als de plannen door kunnen gaan — zekerheid is er nog niet, want behalve voorvechters zijn er ook tegenstanders — zal hier een modern circuit van allure ontstaan, geschikt voor internationale motor- en autoraces en wielerwedstrijden. Bescheidener van opzet, maar tastbaar omdat het hier betreft een weg- en stratencircuit dat (na enkele verbeteringen) voor gebruik klaar ligt, zijn de plannen van de pas opgerichte M.C. Vitesse in Veghel. Deze betreffen een circuit van 2200 m in Uden en de initiatiefnemers hebben de volledige medewerking van de hier voor zeer warm gelopen burgemeester. Reeds op zondag 18 september a.s. wil men hier races houden voor 50 cc en 125 cc machines. Wij schrijven dit onder voorbehoud, want de KNMV-Sportcommissie moet nog over deze datum beslissen. Zie hier twee lichtpunten voor onze wegrenners. Helemaal helder schijnt vooral het eerste nog niet, maar er zijn mogelijkheden. Laten we hopen, dat de nog aanwezige moeilijkheden overwonnen zullen worden".


Er ontstond grote ontevredenheid en één van de ontevreden coureurs, Frans van der Lugt, schreef in een open brief zijn beklag en stuurde die naar de redactie van blad 'Motor' met het verzoek dit in het bondsblad te willen plaatsen. De inhoud van deze brief:

Ontevreden wegrenners
Mijne heren. Alle wegrenners hebben inmiddels wel een schrijven van de K.N.M.V. ontvangen waarin o.a. staat dat als men mocht besluiten toe te treden tot de N.M.B. men in het vervolg de deur bij de K N.M.V. gesloten zou vinden. Ik protesteer met klem tegen deze gang van zaken. Ik wil het bestuur van de K.N.M.V. er op wijzen dat het er voor ons is en niet andersom. Als de bestuursleden dat hopelijk nog eens gaan beseffen, zullen zij ontdekken dat ze in de loop der jaren dingen hebben gedaan die niet in het belang van de motorsport waren en anderzijds dingen hebben nagelaten waarmee de motorsport gediend zou kunnen zijn geweest. We hebben nu onderhand onze buik wel zo vol van geboden en verboden in onze maatschappij, dat we ook nog eens niet door de K.N.M.V. gedwongen willen worden lid en/of startbewijshouder te blijven. Ik ben arbeider, en daar ben ik trots op. Nu heb ik met veel moeite een dure machine kunnen kopen om mee te gaan racen. Ik ken vele van deze gevallen. Wat zegt nu onze motorsportbond?Je mag, als je snel genoeg bent, per gratie zes wedstrijden rijden, maar.... Heb je tijdens de training pech (wat velen is overkomen) datje stukken aan je machine hebt, en kun je dat niet tijdig repareren, dan ben je niet snel genoeg, dus geen startbewijs voor het komende jaar. Met andere woorden, barst maar met je mooie machine, om over de enorme teleurstelling maar niet te spreken. Aldus onze motor minnende K.N.M.V. Nu komt er eindelijk een kans in de vorm van de N.M.B., je weet wel, die zwarte bond uit het zuiden, die slechte knapen, die afvalligen (lees verstandigen). De N.M.B. zegt: we gaan racen. We stampen een zooitje circuits uit de grond, gekeurd door "opa" Van Dongen (vader van de bekende wegrenner Cees van Dongen) en onze vriend Du Chatenier, waar iedereen mag komen, langzame en snelle jongens, mensen met poen en arme donders met een ouwe fiets. En dan bijvoorbeeld tijdens de training motor kapot, pech gehad, geen uitsluiting voor een paar jaar. Nee, volgende keer beter. Kom maar gerust weer rijden. En als paradijs op aarde (hoe is het volgens de K.N.M.V. mogelijk) gratis inschrijven, gratis een goede verzekering, startgelegenheid voor iedereen met de kans op een aantrekkelijke geldprijs. Ook voor de langzame jongens. Dat alles zal de K.N.M. V ons nooit te bieden hebben, want ze zijn bang dat ze moe worden. Waar zijn die circuits uit het verleden gebleven? Bij de N.M.B. kan het blijkelijk wel. Maar dat zijn zeker tovenaars. Nee, voor mij heeft de K.N.M. V. nog veel te leren, maar daar ga ik niet op wachten, want dan ben ik inmiddels tachtig jaar. Wees daarom verstandig en beslis voor uw eigen, wie onze kostbare motorsportbelangen het best behartigt. Wie zou u denken??? Voor mij is dat de N.M.B.. Hopelijk tot ziens op de baan bij de N.M.B. Een ontevreden K.N.M.V.-lid. F.J. v.d. Lugt jr. Schiedam.


Als reactie hierop liet de heer G. van Egdom, algemeen secretaris van de K.N.M.V., het standpunt van de K.N.M.V. in het bondsblad weergeven:

Standpunt K.N.M.V.
"De aanvragen voor startvergunningen voor wegraces nemen ieder jaar toe. Daarbij komt dat iedere jongeman, die behoorlijk op een bromfiets vooruit kan, meent voor de wegracesport in de wieg gelegd te zijn. Daarom hebben we drie trainingsdagen ingesteld, waarop de aspiranten, die zich van te voren aan een medische keuring hebben onderworpen, aan de tand worden gevoeld. De kandidaten worden getest op aanleg en kwaliteit van de machine. We stellen hoge eisen, die -daar ben ik van overtuigd- niet te hoog zijn. Vorig jaar april meenden we 50 procent van de aanmeldingen te moeten afwijzen. Van ontevredenheid is ons toen niks gebleken. Later vernamen wij dat de N.M.B. in onderhandeling was met diverse rijders. Toen heb ik een brief laten uitgaan aan alle startbewijshouders met de 
waarschuwing dat zij wel dienden te bedenken dat bij een overgang naar het andere kamp de deur van de K.N.M.V. definitief zou zijn gesloten. Dit was niet bedoeld als dreiging, maar wel als een vriendelijke, nadrukkelijke vingerwijziging. Ik kan me de teleurstelling van de afgewezen kandidaten zeer wel voorstellen. Dat is voor ons geen reden om onze eisen te matigen. Men dient te bedenken dat wegrace de gevaarlijkste tak van motorsport is. Er verloopt praktisch geen race zonder kleine of grotere ongevallen. Tal van commissieleden hebben de wegracesport jarenlang beoefend en hebben nu als gerijpte mensen een exact idee van de dreigende gevaren, risico's die de jeugd in haar enthousiasme onmogelijk weet te onderkennen. En ik vraag me met angst in het hart af, wie daar bij de N.M.B. de verantwoordelijkheid durft te dragen voor die wegraces. Wie is daar deskundig? Het kan niet anders of deze eisen moeten lager liggen en daarom maken wij ons oprecht zorgen omtrent de jongens, die daar willen gaan rijden. Weet toch, dat met name ons arsenaal aan rijders niet in het minste wordt aangetast. Daar zit hem de kneep niet. Daarbij komt dat geschikte circuits niet voor het oprapen liggen. Breedte en wegdek spelen een grote rol, ook nog wat de klassen betreft. En gebleken is dat zelfs op het veiligste circuit ongevallen niet te vermijden zijn. En daarom houden we ons hart vast... De kern van de kwestie is gelegen in het feit, dat men bij de K.N.M.V. geen hemelse raad weet met het aantal aanvragen. Er is verder met geen mogelijkheid voldoende emplooi te vinden voor zoveel startbewijshouders. Dat de deskundigheid van de K.N.M.V.-sportcommissie boven iedere twijfel verheven is, staat als een paal boven water. De ontevredenheid van rijders spruit verder voort uit het feit dat men niet wil inzien, dat het een praktisch onmogelijkheid is hen te laten deelnemen aan zo'n 25 wedstrijden per seizoen. De N.M.B. zal genoegen dienen te nemen met de minst handelbaren en de minst talentvollen. Want het is nu eenmaal zo, dat degenen, die onder N.M.B.-vlag hebben gekoerst onmogelijk nog naar het andere kamp kunnen overstappen. Er wordt weleens beweerd, dat de F.I.M., de Europese federatie, daar in de toekomst iets aan zal kunnen doen. Men dient dan te bedenken dat iedere nationale motorsportbond (in casu de K.N.M.V.) autonoom is. Als de F.I.M. het monopolistisch standpunt zou laten varen, zou het hek van de dam zijn. Mer het organiseren van wegraces haalt de N.M.B. die in deze iedere ervaring mist, zich een enorme verantwoordelijkheid op de hals. En het is te hopen, dat het allemaal nog meevalt."

Ondertussen was de N.M.B. zich aan het voorbereiden op de start van haar afdeling wegrace.