Home » Specials » 50cc historie

50 cc Racehistorie in Nederland


Er valt ontzettend veel te vertellen over deze zo immens populaire klasse. Hoe langer je in oude papieren kijkt hoe meer het begint te spreken. Vragen als wie reden er, waar reden ze op en waar deden ze dat blijken eigenlijk tijdens het schrijven de belangrijkste gegevens te worden. Kortom als je zo'n verhaal op papier wil zetten wordt je steeds nieuwsgieriger en merk je ook dat veel vragen niet eens beantwoord kunnen worden. De bronnen zijn veelal de uitslagen in het blad Motor maar ook bij de N.M.B. werd geracet met deze kleine motoren. En daarvan bleken verhalen en uitslagen moeilijker te achterhalen. Misschien maar gelukkig ook, vond Wim Heeroma die zich hier vol enthousiasme ingestort had. Binnen een mum van tijd had hij namelijk zoveel kopij bij elkaar dat hij meer dan de helft moest schrappen: het begon op een boek te lijken. Desondanks, een indruk van het drukke racewereldje van de 50 cc klasse in wording met veel namen en merken. Een typisch startveld uit het eind van de jaren '50: veel 50 cc racers verraden nog hun afkomst als brommer. We zien onder andere merken als NSU, HMW, Alpino, DMF en Cyrus Zündapp.

Stilte voor de storm

Voorlopig zouden de races in Maastricht de laatste zijn op stratencircuitjes, want in april 1955 schreef de Minister van Verkeer en Waterstaat, de heer Algera, aan de KNMV dat besloten was geen ontheffing meer te verlenen aan wedstrijden met rijwielen met hulpmotoren op de openbare weg. Het blad "De Fietsmotor"Aanvankelijk nog  enthousiast over deze races, draaide om als  een blad aan de boom want zorgelijk werd geconstateerd dat het mogelijk was gebleken rijwielen met hulpmotor te construeren die 60 km/h en meer konden halen en dat zulks niet de bedoeling was.

Natuurlijk moesten ze meewaaien met de fabrikanten en importeurs, dat waren tenslotte hun adverteerders. Dat verklaart ook dat in de jaren erna veel aandacht werd besteed aan die zogenaamde betrouwbaarheidsritten. Daarin kon men zich toch, anders gekanaliseerd, kon men zich nog uitleven op de brommer. In de jaren 1955 tot en met 1957 vinden we in Motor dus ook geen aankondigen meer van 50 cc races, maar we vinden wel aanwijzingen dat er wel degelijk op circuitsraces voor deze kleine klassen werden georganiseerd. Alleen, er werd geen ruchtbaarheid aan gegeven in de motorpers en we wisten er niets van. Maar dat er gereden en gesleuteld werd kunnen we rustig als vaststaand aannemen. Volgens Cees van Dongen kon er weer gereden worden omdat de KNMV minister Algera er op had gewezen dat het niet om bromfietsen ging maar om 50 cc motoren. Toen waren er geen bezwaren meer. Cees zelf heeft in deze periode en zelfs tot 1960 niet meer gereden door privé-omstandigheden, maar Pierre Kemperman wist te vertellen dat er wel degelijk gereden werd in 1956 en 1957 en wel op de wielerbaan Duinhorst in Den Haag. Daar kwamen dan coureurs uit het hele land naar toe. Leuk om te vermelden is dat er in Portugal al in 1955 gereden werd met door Kreidler gebouwde racers op basis van de K50. Die werden door de importeur Braga bij Kreidler besteld en voorzien van een badkuip stroomlijn, toen nog toegestaan. Men zegt dat de poortentiming in de Kreidler motorfietsjes daarna, de eerste Floretts dus, gelijk is aan de racers die toen geleverd werden aan Braga. 

Wij dachten dat we in Nederland al aardig hard konden gaan, maar Kreidler had de 12-versnel­lingsmotor ingezet met de dubbele roterende inlaten en er waren vier rijders die het overige veld een keer lapten. Anscheidt won, maar werd op de hielen gezeten door de fabrieks-Tomos van Rosenbusch. De tweede fabrieks-Kreidler kwam daar weer achter en dat was Wolfgang Gedlich. De derde fabrieks-Kreidler, losgepraat door Henk van Veen, werd bereden door Cees van Koeveringe, de enige Nederlander die niet gelapt werd. Cees van Dongen hoefde met zijn vijfde plaats, snelste man van de privérijders, die dag een rondje minder te rijden, net als vele anderen. Nee, het internationale niveau, dat was toch wel even andere koek. Hans Georg Anscheidt won met deze laatste wedstrijd de eerste en tevens laatste Europese titel die er te vergeven was. De titel van Kampioen van Nederland ging dit jaar naar Cees van Koeveringe. Opgemerkt moet worden dat ook in België en Frankrijk veel 50 cc wedstrijden werden gereden en vooral in België waren onze rijders ook te vinden. De eerste helft van de jaren '60 zag de 50 cc klasse uitgroeien tot een serieuze internationale aangelegenheid, waarbij Ne­derlandse rijders ook over de grenzen successen boekten. Jan Huberts werd fabrieksrijder en dat bij een merk dat veel van zich zou laten horen op de circuits, namelijk Kreidler. Tot nog een legendarisch merk werd in deze jaren de aanzet gegeven: Jamathi.

1962: Jan Huberts rijdt voor Kreidler

Bij de trainingen op Zandvoort hadden we al gezien dat Kreidler ook in Nederland furore ging maken. Cees van Koeveringe had de ex-Anscheidt machine bemachtigd en liet zien dat de hegemonie van Itom in Nederland op zijn eind begon te lopen, hoewel Pierre Kemperman dit niet zonder slag of stoot zou laten passeren. In Rockanje dit jaar bleken naast de Kreidlers ook de Royal Nords hoge ogen te gooien. Kijk maar naar de uitslag van de Seniorenklasse: 1) Cees van Dongen, Royal Nord; 2) Cees van Koeveringe, Kreidler; 3) Kor Lantinga, Kreidler; 4) H. Ypma, Royal Nord; 5) Ferry Swaep, Royal Nord; 6) Jan Thiel, Benelli; 7) P. Notebomer, Royal Nord. En dan was er bij de GP races erg groot Nederlands nieuws: Jan Huberts deelde samen met H.G. Anscheidt, beiden op Kreidlers, en Luigi Taveri op Honda de eerste plaats in het klassement, dit na twee GP races. En, grote vreugde bij motorliefhebbers in Nederland: de GP van Frankrijk werd door Jan Huberts met 2,1 seconden voorsprong gewonnen na in de laatste ronde Takahasi, Robb en Taveri voorbijgereden te zijn. Dat Jan Huberts van grote klasse was kon hij op Tubbergen laten zien.

De eerste officiële 50 cc wegrace vond plaats op 3 mei 1953 in Oploo, onder de titel "De Grote Prijs van het Zuiden".

Zoals op 3 mei 1953 in Oploo en op 25 mei van dat jaar in Vriezenveen. Uitgeverij Motor gaf niet alleen een motorblad uit, maar ook het blad De Fietsmotor. Uiteindelijk besloot men kennelijk dat de racedata wel in de wedstrijdkalender van Motor konden worden opgenomen, maar vond men het niet nodig er verder aandacht aan te schenken. Het zou wel weer overwaaien. Dat deed het dus niet want in 1954 werden er meerdere races aangekondigd, namelijk 9 mei in Breda, op Hemelvaartsdag voor de tweede maal in Vriezenveen, op 22 augustus in Venlo, op 31 augustus in Schiedam en op 10 oktober in Maastricht. En dat was vrijwel zeker niet alles. Hans Scholten, destijds monteur bij de bromfietszaak Duinkerken in Emmen vertelde nog onlangs dat ook in de wijk Emmermeer in zijn woonplaats brommerraces hadden plaatsgevonden.

De publiciteit kwam een beetje aan het rollen, omdat Tulsa Cil besloot een advertentie met vermelding van de winnaar in Breda in De Fietsmotor te plaatsen. Er moest toen toch maar een verslagje in dat blad. De berichtgeving was summier, maar we konden er wel een beeld uit krijgen wie er meededen en waarop ze reden. De rijders werden nimmer aangeduid met hun voornaam, dus werd er altijd gesproken over C. van Dongen en C. van Koeveringe, terwijl deze heren al weer heel lang beiden als Cees door het leven gaan. Maar zo was dat toen.
We verplaatsen ons naar 1954. In Breda was C. van Dongen de winnaar nadat hij zijn belangrijkste rivaal G. van Dijk, beiden op DMF, verslagen had. Gevolgd door ene W. van Gent op een HMW en ene Van Tilburg op Avaros. Van deze heren zouden we nog veel meer horen in de toekomst. In Vriezenveen maakten deze heren natuurlijk ook hun opwachting en we komen dan ook dhr. Meurs tegen die op een Nassetti reed en meneer Noteboom op een Avaros. Ook van deze heren weten we dat ze flink carrière hebben gemaakt in de motorsport. Melding werd ook gemaakt van een titanengevecht tussen de heren Boer op een Romi (?) en Seinen die op een Berini Eitje ontaard hard ging. Met 32 cc kon het dus ook nog in die begindagen. We gaan naar Venlo in augustus van dat jaar. Niet minder dan zo'n 7000 bezoekers bezochten deze brommerraces en er waren niet minder dan drie klassen: Amateurs, Renners en Solexklasse. Uiteraard werd aan de Solexklasse in het geheel geen aandacht geschonken; bij de Amateurklasse werd vermeld dat de gemiddelde snelheid op 49,2 km/h lag. In de Rennersklasse werd een gemiddelde gedraaid van 54,5 km/h en winnaar was P. Notebomer op Avaros gevolgd door C. van Dongen op DMF en W. van Gent, nu op een Berini, zonder twijfel een Berini M21. De KNMV was toen ook al van de partij en verleende zijn medewerking aan diverse evenementen.

Op proef in Tubbergen

In 1960 kreeg de 50 cc bij de jubileumraces op het beroemde circuit van Tubbergen ook een plek in het programma. De uitslag hier was dat Cees van Koeveringe beslag legde op de eerste plaats met Itom, tweede werd Cees van Dongen met een Dürkopp terwijl Kor Lantinga met een Morini de laatste podiumplek behaalde. Bijzonder mooi was hier de vierde plaats van Rob Twijsel met een Tex, een eigenbouw machientje waarvan de naam waarschijnlijk ontleend was aan de straat waar hij woonde: de Den Texstraat in Amsterdam. In het stadsverkeer bereed hij een Puchje en hij dwong bij ons bewondering af omdat hij zijn eigen stroomlijnkuip maakte, waarbij hij ons een soort college gaf, voor zover ik mij dit kan herinneren. Ook op Rockanje en Zandvoort werd weer gereden waarbij de races op Zandvoort als zeer spannend te boek stonden.

1961: voorspel van de Grand Prix  wedstrijden om de Europese titel

Nu de 50 cc klasse furore begon te maken had de FIM voor dit jaar bedacht om deze klasse te laten rijden om het Europees kampioenschap. Dit - als het zou slagen -als opmaat naar de status van Wereldkampioenschappen. Zoiets werpt zijn schaduwen vooruit. Natuurlijk ook in Nederland waar de 50 cc klasse al een zekere status had verworven. Dit was ook het geval in Duitsland, Spanje, Italië, Portugal, Frankrijk en België Dit is het jaar dat Kreidler op de circuits gaat proberen de Itoms op achterstand te zetten, maar in het geheel was niet gerekend op de belangrijke weerstand van Tomos, dat merk van de licentie-Puchjes. Bij de wedstrijden op Hockenheim (er waren er in totaal zes gepland, waarvan de laatste op Zandvoort) was het niet Anscheidt met de fabrieks-Kreidler die er met de winst van door ging, maar Zelnik op een Tomos en tot en met plaats zes was de volgorde om en om Tomos en Kreidler. Vermeldenswaardig is in elk geval Cees van Dongen die met zijn Dürkopp, toch een ongebruikelijk merk in de racerij, een negende plaats wist te scoren. Anscheidt kwam met de fabrieksmachine uit, die toch aardig afweek van de standaard Kreidler: in elk geval hing het blok in een wiegframe. Daarnaast reden er nog vele plaatframe Kreidlers mee, dus ook met eitank.

Ondertussen ging het in Nederland ook hard tegen hard. In 1961 werd onder andere ook weer op Rockanje gereden, nu ook met de klasse 125 cc. In de beginnersklasse, de Sportklasse, zien we wederom Jan van Thiel op het podium met een tweede plaats. Ditmaal zat hij op een HMW Winnaar werd overigens J. Wijers met NSU. In de supersportklasse ging het weer tussen de bekende mensen: 1) Pierre Kemperman, Itom; 2) Cees van Dongen, Dürkopp; 3) Cees van Koeveringe, Itom; 4) Kor Lantinga, Morini; 5) P. Notebomer, Zündapp; 6) Theo Meurs, Giulietta; 7) Jan Schaatsbergen, Benelli; 8) Th. Gankema, Typhoon; 9) C. Baas, Demm; 10) R. Twijssel, Tex. In Tubbergen was het weer Cees van Koeveringe op Itom die de hoogste podiumtrede mocht bezetten en naast hem stonden Pierre Kemperman als tweede, ook op Itom, en A. Bies op Benelli als derde. In september stond de laatste Coupe d'Europe race van het seizoen op Zandvoort ingepland.

Vanaf 32 cc kon je racen

Stel, je neemt twee jongens van zestien en zet ze op een brommer. Wedden dat ze na een dag, zoniet op dezelfde dag, al kijken wie er harder kan? Vanaf pakweg 1950 kwam de groei in de bromfietsmerken er goed in en natuurlijk werd er gekeken wie er harder kon en werd er soms bij de gemeente gevraagd om een terreintje, een stukje straat, een plein waarop men een wedstrijd zou kunnen organiseren. Dat werd soms toegestaan.

Industriële tegenwind

De bromfiets, in die tijd nog rijwiel met hulpmotor, stond in een slecht daglicht. Dat lazen mensen in kranten, zo spraken velen er over bij het praatje over de schutting of bij de herenkapper.... Ze maakten lawaai, konden steeds sneller rijden, van verkeersregels wisten de berijders niet veel en remmen (er zat vaak maar één rem op), dat deden ze beroerd en er waren dan ook vele brokken. Fabrikanten en importeurs vonden het dan ook maar niets als er ook nog wedstrijden mee gereden werden. Het zou de nadruk nog meer leggen op het aspect snelheid en het zou de snelheden van de brommers ongetwijfeld ook verder omhoog brengen. En dan zou het misschien afgelopen zijn met het rijbewijs-vrij rijden en dat zou slecht voor de verkoop zijn. Kortom, fabrikanten en importeurs verklaarden dat men op geen enkele wijze medewerking zou verlenen aan deze wedstrijden. Dus ook niet een advertentie plaatsen dat DMF of Avaros weer een wedstrijd gewonnen had. Dat deed men wel met de zogenaamde betrouwbaarheidsritten die wel de steun van de fabrikanten/importeurs genoten. Dat was tenslotte een totaal andere invalshoek die het beeld versterkte dat de bromfiets ook inderdaad betrouwbaar was. Want daar mankeerde het in die tijd nogal eens aan. De bromfietser van toen moest het liefst twee rechterhanden bezitten om zijn voertuig rijdend te houden. Verstopte sproeiers en parelende bougies waren dan nog de meest eenvoudige euvels, beroerder waren zwakke ontstekingen.

Het wordt menens:
de eerste 
Nederlandse 50 cc kampioen

Maar de KNMV vond het toch eigenlijk wel jammer dat het op deze wijze ging en pakte vanaf 1958 de 50 cc klasse weer op. Er werd weer mee aan de weg getimmerd. De borrel­glaasjes werden ingepast in bestaande motor­races met andere klassen. De heren rijders had­den flink verder geknutseld aan hun motoren, want de snelheden die men bereiken kon, wa­ren drastisch omhoog gegaan, zoals bleek bij de Vliegveldraces Zuid Limburg, Beek dus. De gemiddelde snelheid van de winnaar C. van Koeveringe was gestegen naar 79,3 km/h en zijn snelste ronde lag op 80,4 km/h. Om te zien wie er reden in die dagen hebben we hier de uitslag: 1) C. van Koeveringe, 2) D. van Dalen, 3) E. de Graaff, 4) F. Dobben, 5) P. Bogers, 6) C. Lagendijk, 7) G. de Vos. Ook op Zandvoort werd de 50 cc klasse ingelast en A. van Exel behaalde daar een gemiddelde van 85 km/h. Op het verkorte circuit van Assen won Van Exel eveneens, nu met een gemiddelde van 78,9 km/u. Van Exel was een grote NSU dealer, dus reed Aad met dit merk en bleef het altijd trouw. Die snelheden waren imposant geworden, zeker vergeleken met die beginperiode waaraan soms werd deelgenomen door vrijwel standaard bromfietsen. Het beviel goed met deze klasse die vaak voor veel spanning kon zorgen. Bij de KNMV werd dan ook besloten met ingang van 1959 een Nederlands kampioenschap in te stellen. Dit is ook het jaar dat voor het eerst 50 cc races werden georganiseerd in Rockanje.

Dit op initiatief van de postbode Van den Bergh die dit voorlegde aan burgemeester Spaans, als alternatief voor een wielerronde.... Vele duizenden bezoekers kwamen op dit spektakel af. De KNMV zou aan de hand van deze wedstrijden bekijken of het evenement vanaf 1960 kon meetellen voor het Nederlands kampioenschap. Het was nog niet allemaal geweldig. Er waren veel uitvallers waardoor soms maar vijf rijders in de baan waren. Bovendien had men de te bereiken snelheden te hoog ingeschat waardoor de manches langer duurden dan voorzien. Maar het werd toch een dusdanig succes dat meteen besloten werd tot organisatie voor het komende jaar. De einduitslag van die dag was als volgt:1) C. van Koeveringe, Itom; 2) F. Swaep, NSU; 3) J. Wijers, NSU; 4) Th. Gankema, Typhoon; 5) P. Notebomer, Zündapp; 6) K. Lantinga. Een manche voor hen die niet in de finale kwamen werd gewonnen door ene P. Kemperman op een Colibri (wat in werkelijkheid een Alpino was). Een jongeman waar we ook meer van zouden gaan horen. In dit jaar werd ook gereden in Etten en weer op vliegveld Zuid Limburg en Zandvoort. Na Zandvoort werd de eerste Nederlandse Kampioen 50 cc bekend: Ferry Swaep.