Wereldmarkt

Gepubliceerd op 4 juni 2018 20:12

Vastbesloten zich een plaats te veroveren op de wereldmarkt, bouwde Honda een serie bijzonder mooie en ingenieuze racers en contracteerde Mike Hailwood om ze naar de top te rijden. In 1959 begon Honda een dochteronderneming in Amerika en via een Duitse vestiging werd de Europese markt aangepakt. Dank zij de snel stijgende afzet van haar producten kon Honda zich nog intensiever met de racerij bezig houden. Honda kwam uit met 50 cc, 125 cc, 250 cc en 350 cc racemachines. Het succes was onvoorstelbaar. In de strijd met de Europese fabrieken won Honda wereldtitels in de klassen 125 cc, 250 cc en 350 cc. Deze klinkende successen hadden weer hogere verkopen tot gevolg en daardoor kwam nog meer geld in het laadje voor de race-afdeling. De totale productie bereikte in 1962 bij Honda de 1 miljoen stuks. In 1963 werden er 1.250.000 gebouwd en daarmee was Honda wat het bedrijf ook nu nog is, de grootste motorfabrikant ter wereld. Van dit aantal werden 338.000 machines buiten Japan verkocht. Intussen was Honda op grote schaal op de Europese en Amerikaanse markt verschenen. In de zomer van 1960 werd bijvoorbeeld de 125 cc Benly tweecilinder met bovenliggende nokkenas in drie uitvoeringen aangeboden, de standaard C 92, in sportversie als CS 92 en als supersport CB 92. Er was ook een 259 cc tweecilinder met bovenlig­gende nokkenas, de C 71, maar die werd spoedig vervangen door de C 72 en de sportversie daarvan de CS 72. Deze machines hadden een 12 Volts elektrische installatie en namen de olievoorraad mee in het carter (wet-sump). De sportsuccessen stapelden zich op en in 1964 bijvoorbeeld werd Honda wereldkampioen in de 125 en 350 cc klasse en Honda's kwamen boven de magische 100 mijl per uur (160 km/u) rondetijden op het eiland Man. Nieuwe F.I.M. bepalingen, waarin o.a. vier cilinders als maximum werden gesteld, stelden de door Honda ontwikkelde 250 en 297 cc zescilinder motoren buiten gevecht. Honda zou zonder twijfel nieuwe viercilinder voor deze klassen hebben kunnen ontwikkelen, maar waarom zou de fabriek zich druk maken? Men was gaan racen om publiciteit te krijgen en de verkoop van standaardmotoren te bevorde­ren. Honda zat inmiddels gebeiteld als 's werelds grootste en belang­rijkste motorfabrikant. Tot 1969 heeft Honda zich voornamelijk bezig gehouden met de produktie van lichte en middelzware machines. De grote kracht lag in de klassen van 50 tot 250 cc. De grootste machine was de 450 cc tweecilinder bijgenaamd de 'Black Bomber'. Maar in 1969 wierp Honda zich ook op de zware klasse, en wel met de CB 750 cc viercilinder met bovenliggende nokkenas, weldra gevolgd door een 500 cc versie. Om meer publiciteit te krijgen voor de nieuwe machi­ne, nam Honda er mee deel aan de 750 cc race in Daytona. Het werd een regelrechte overwinning. Ook het deelnemen aan de 24-uurs race de Bol d'Or van Le Mans resulteerde in een overwinning, terwijl op het eiland Man de 500 cc productierace werd gewonnen. Honda's modellenreeks loopt nu van 50 cc bromfietsen tot de machti­ge 1.000 cc watergekoelde viercilinder Gold Wing en de 1.000 cc zescilinder. Daarbij inbegrepen machines voor trial, motorcross en wegrace. Intussen toont de fabriek opnieuw belangstelling voor de wegracesport.


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.