Na de Tweede Wereldoorlog

Gepubliceerd op 4 juni 2018 20:00

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog verkeerde Japan in een chaos. Openbaar vervoer ontbrak vrijwel geheel en er was een schreeuwende behoefte aan goedkope vervoermiddelen. Onder deze omstandigheden was het de 40-jarige technicus Soichiro Honda, die tegen een voorraadje door het leger overgelaten stationaire tweetaktmotoren aanliep. Het waren er 500. Hij kon de partij goedkoop in handen krijgen en begon in een primitief fabriekje, bijgestaan door 12 werknemers, deze motoren om te bouwen en geschikt te maken om in rijwielframes te worden gehangen. De productie bedroeg slechts één motor per dag en als brandstof kon een vloeistof dienen die werd afgetapt van dennenbomen. Hoe primitief ook, deze kleine motorfietsjes vonden grif aftrek. Het opraken van de legervoorraad dwong Honda naar andere motorblokken om te zien. Die waren er toen niet en dus ontwierp Honda zijn eigen krachtbron. Dat was een eencilinder tweetakt. Zo kwam Honda tot een helemaal eigen motorfiets, die omstreeks 1949 al in behoorlijke aantallen werd gemaakt. Deze 'Dream', zoals hij zijn eerste eigen motor noemde, betekende de start van de meest succesvolle motorfietsenfabriek ter wereld. Weldra verlieten wekelijks meer dan 250 machines de fabriek en ondanks financieringsproblemen werd in 1951 een nieuw model uitgebracht, het Dream model E. Het bijzondere was, dat hierin een viertaktmotor van eigen ontwerp stond en dit motorrype zou voor de komende twintig jaar bij Honda de koers bepalen. In 1952 kwam de Cub, een handig machientje met vrije doorstap voor dagelijks ge­bruik. Dit model had zo'n geweldig succes, dat Honda hiervoor een keizerlijke onderscheiding verwierf. Het was het sein voor een groot­scheeps investeringsplan om bij Honda massaproductie mogelijk te maken. Het resultaat was in 1953 al merkbaar aan een productie van 1.000 stuks per maand van de nieuwe 90 cc Benly ééncilinder. In 1954 kwam Soichiro Honda als toeschouwer naar het eiland Man, zowel om de racemachines te zien als om zich te oriënteren omtrent de smaak van het Europese publiek. Vier jaar later werden de eerste Honda's verkocht in Engeland en Nederland alsook in Amerika. In datzelfde jaar kwam Honda uit met de 50 cc C 100, waarvan er binnen het jaar meer dan 20.000 werden verkocht. Vanaf dit moment groeide Honda in steeds sneller tempo. De eerste racepogingen, in 1959 hadden geen bijster goed resultaat, maar in 1960 werd een 250 cc Honda vierde in de TT op Man en daarmee begon het optreden in wedstrijden om het wereldkampioenschap in heel Europa. Het daarop volgend jaar, dus pas twee jaar nadat Honda met racen was begonnen, won dit merk de wereldtitels in de klassen 125 en 250 cc. Dit ongelooflijke succes liet niet na de verkoopresultaten te bevorderen.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.