Home » Theo van Geffen

Theo van Geffen

Eind 1974 reed Theo van Geffen zijn eerste wedstrijd bij de KNMV. Dat was in Kruiningen. Via een gewonnen serie plaatste hij zich voor de finale van de 50 cc-nationaal. In de finale werd hij tweede achter Juup Bosman, die daar startte op de Jamathi, waarmee Jan Bruins dat jaar uitkwam in Grands Prix. Theo startte ook in de 125 cc-klasse, maar viel uit met een gebroken schakelpedaal. Op dat moment lag hij op de tweede plaats achter Cecchini. Door dit succesvolle optreden kreeg Theo meteen een internationaal startbewijs voor de 50 cc. Voor de 125 cc-klasse moest dit jaar echter nog gestart worden in de nationale klasse. Dat 1975 direkt kon worden afgesloten met een dubbelkampioenschap had niemand verwacht, zeker niet in de 50 cc, waar de strijd om het kampioenschap feller was dan ooit te voren, maar waar de DRM van Theo tenslotte alle Kreidlers v66r bleef.

Een Ducati voor f 137,50

Negen jaar geleden werd besloten om te gaan racen. De keus viel op een drieversnellings Ducati, 50 cc, die 175 gulden zou moeten kosten. Zoveel geld was er niet, maar na lang praten kon de Duc toch worden meegenomen. Het starten bij de NMB leverde geen enkel probleem op ondanks dat Theo pas vijftien jaar was.

Na acht jaar racen bij die bond, vijf kampioenschappen en meer dan 100 bekers, kan worden teruggekeken op een succesvolle en plezierige periode. „Het was altijd erg gezellig en ik had er veel bekenden. Het valt dan eerst wel tegen om met heel andere rijders te moeten omgaan en rijden. In het begin kijken de meesten nogal vreemd, maar als je een paar keer hebt gewonnen gaat dat wel over en wordt je wel geaccepteerd." Wat was de reden om over te stappen naar de KNMV? „Bij de NMB was er eigenlijk maar één tegenstander en daar won ik van."

Opmerkelijk is de natte platenkoppeling, en zo vertelt Theo, dat hij bijna het hele seizoen heeft gereden met een schuinvertande primaire aandrijving. Op zijn eigen vermogensbank kan alleen vermogens toe- of afname gemeten worden, zodat het juiste aantal pk's op dit moment niet bekend is. In de 125 cc klasse nationaal startten ook diverse tweecilinders, maar de eencilinder Maico's van Theo en van Pierre Cecchini bleken het snelst. Theo won zes wedstrijden en werd kampioen met het volIe aantal te behalen punten.

Het behalen van het kampioenschap in de klasse 50 cc internationaal bleek wat moeilijker, maar uiteindelijk lukte het toch. In het begin kwam de tegenstand van de kant van Jan Bruins, en in de laatste race was Nico Polane de grootste hindernis op de weg naar het kampioenschap. Nico viel echter uit en Theo werd kampioen.

Kleine sponsors
Ook in de vijftig cc klasse wordt het onderhouden van de machine steeds duurder. Behalve de aankoop van het materiaal moet dit natuurlijk ook in optimale staat gehouden worden. Afgelopen seizoen had Theo een aantal kleinere sponsors, zoals Protar, Ragia, Lafot, Castrol en Cyclorama. In de loop van het seizoen kwam daar nog een overal bij van EURO en een Levior helm. De 125 cc werd betaald door Johan Jong. „Het maakt niet zoveel uit, Of je een grote sponsor hebt, of verschillende, die er samen voor zorgen dat de racerij betaald kan worden. Voor volgend jaar heeft men grootse plannen. Theo is opgenomen in het team van Piet Plompen waar hij de toprijder zal worden, wat inhoudt, dat Theo een Kreidler in Grand Prix uitvoering krijgt. Voor wat betreft de 125 cc klasse, waar Theo volgend jaar ook als internationaal zal starten, zijn er voldoende plannen, maar men kon er nog niets over zeggen omdat de onderhandelingen nog gaande zijn.

Theo bezocht een paar KNMV-wedstrijden als bezoeker en besloot de overstap te maken. „Ik had al wel gezien dat de top wat hoger lag, maar dat was niet erg." Bij het eerste optreden in Kruiningen werd bewezen, dat de DRM snel genoeg was en Theo goed genoeg stuurde om meteen internationaal te worden. Wel moest hij begin dit jaar meedoen aan de wegracecursus, hoewel hij op dat moment toch al acht jaar op de circuits had doorgebracht. Theo tilt daar niet zo zwaar aan. Voor hem was het belangrijker om te mogen starten, In die eerste races bewees Theo zijn kunnen al zodanig, dat hij een uitnodiging kreeg Om in de Dutch TT te starten. Een bekroning van de racecarrière? „Iedereen hoopt ooit nog eens op het circuit van Assen te starten, dat is een belevenis op zich zelf", aldus Theo. „Als je voor het eerst op zo'n soort circuit komt en je bent maar stratencircuits gewend, dan is Assen verschrikkelijk breed. Je kunt er erg fijn sturen." Dit optreden werd meteen beloond met een achtste plaats. Toch zal Theo zich niet op het Grand Prix-werk storten. Hij kan erg moeilijk vrij krijgen van zijn werkgever, een bouwbedrijf, waar Theo werkt als kraanmachinist. „Ik vind dat niet zo erg. Een goede baas is ook belangrijk en het racen moet voor mij een hobby blijven."

Eenvoudig maar snel 
Uiteraard gaan we even mee naar de zolder waar de winterstalling is voor de DRM. In vergelijking met de machines van veel concurrenten ziet deze er eenvoudig uit. Het frame is eigenbouw. Het blok lijkt min of meer standaard. De Kreidler Carters zijn roterend gemaakt. Krukas en versnellingsbak komen van Herman Meijer en de cilinder is een DRM produkt.

Alleen kleine klassen

Volgend jaar wordt er gestart in de 50 en 125 cc klassen. Zijn er nog plannen om in de toekomst in een zwaardere klasse uit te komen? „Ik heb al eens op een 350 cc machine gereden, maar dat hoeft van mij niet meer. Een 125er is snel genoeg voor mij en het is bij die ene keer gebleven." Een heel ander soort race was de 24 uren van OSS. Theo startte hier met een 750 cc Triumph. Dat was een eenmalig optreden, want dit soort races ziet hij niet zitten. „Vooral als het licht wordt, is het verschrikkelijk moeilijk om je te concentreren. Volgend jaar dus op erg goed materiaal proberen om weer een gooi te doen naar een dubbel kampioenschap, is onze vraag. „We zullen ons best doen", zegt Theo en daar twijfelen we niet aan.