Harrie van der Kruijs

een brutale en spraakmakende N.M.B. coureur


Oisterwijk, de parel van Brabant, was eens een bastion van snelle mannen, die in het bijzonder in NMB-verband veel kleurrijke coureurs opleverde. Toen Harrie van der Kruijs, na zijn marinierstijd, in 1967 tijdens de pauze van de voorjaars- motorcross in Udenhout hoorde over de komende 'TT wegraces te Reusel, was hij meteen geïnteresseerd. Hij had al eens een eigenbouw NSU 250 cc Sport Max met Matchless voorvork en TT-carburateur aangeschaft, want hij was altijd al geïnteresseerd in snelheidssporten en motoren. Daarbij had hij al enkele jaren wegervaring met een Matchless 350, een BSA zijklepper, een Zündapp en meerdere NSU motoren. Nu waagde Harrie echt de snelle stap en schafte zich bij importeur Motim een splinternieuwe Ducati 250 Mark III aan. De inschrijving voor de eerste NMB wegrace stond nog open en voor f25,- was je startbewijshouder. Zo ging dat, al was er wel een officiële training in België geweest. Ter plaatse kwamen er nog een paar knaken bij voor de WAM-verzekering en hier zou hij als 22-jarige beginneling zijn eerste race gaan winnen. In de regen aan de start van de 500 cc en de gebroeders Van de Zanden op hun 250 cc Aermacchi's. Evenals voor alle andere renners die de KNMV de rug hadden toegekeerd, betekende aansluiting bij de NMB wel uitsluiting van deelname aan KNMV-races. Ondanks dit kwam de nieuwe tak sport bij de oorsprong crossbond NMB snel tot bloei - het eerste jaar waren er al vijftien race-evenementen - en zou flink bijdragen aan de motorsport-ontplooiing in de jaren '70, tot de NMB in 1982 weer in de KNMV opging. Deze koninklijke organisatie (onder andere onder leiding de heer Van Egdom) had het altijd als een groot verlies ervaren dat de NMB in 1949 uit ongenoegen (wegens regionale discriminatie) uit de KNMV-gelederen voortgekomen. Jarenlang was zo bij voorbaat iedere vorm samenwerking, of alleen maar erkenning, uitgesloten.


Harrie en later zijn broer Kees, de Kruijsheren dus, zouden hun stempel zetten op de N.M.B.-racegeschiedenis in de breedste zin. Na het 4,5 kilometer lange circuit in Reusel kwam Heeswijk aan de beurt, met alle klassen behalve de 350-500 cc. Al snel had Harrie een supportersschare (waar Brabant bekend om geworden is) en deze zorgde onder andere voor een echte, lederen overall en zelfs een stroomlijn om de motor! Bij de eerste training ging het ergens rechtsaf, maar Harrie ging rechtdoor en vol-gas de velden in.... Dat deed zeer. Alles stuk, maar dat werd 's avonds weer hersteld (behalve het versplinterde polyesterwerk). De volgende dag het circuit verkend met de auto, achteraan starten - het startveld telde al zo'n twintig renners - en wéér winnen! De supportersclub werd een heuse fanclub gemiddeld zo'n 200 man en hier zou hij de komende tijd veel steun van ondervinden. Ook zouden deze actieve mensen later de volledige sponsoring op zich nemen, betreffende de racemotoren, evenals de organisatie van evenementen in onder meer Ammerzoden, Boxtel, Oisterwijk en Moergestel. Harrie ging intussen verder met het maken goede uitslagen en ook soms valpartijtjes; de eerste jaren moest er nog veel geleerd worden. In 1968 draaide hij zo'n 20 wedstrijden maar aan het eind het seizoen, met nog zicht op het kampioenschap, brak hij in Gulpen zijn been heel ernstig. Al was hij in zijn hart een viertakt man (hij kreeg in 1969 nog een nieuwe Ducati 250 met GP voorvork ter beschikking), dat kon niet blijven en in 1970 kwam de eerste Yamaha TD IC (ex-Kostwinder) met Oldani rem. Met deze motor werden nog wat succesjes behaald, maar due moest toch wijken voor nieuw materiaal. Het startveld was inmiddels uitgegroeid tot zo'n 35 rijders, waaronder een aantal met top tweetakt racemotoren. Wil je meedoen, dan kun je in deze ontwikkeling niet achterblijven. Dat kopen van nieuw materiaal ging in die tijd niet op voor het transport de racers en velen reden met zelfgemaakte aanhangwagentjes en omgebouwde bestelbusjes, wat ook voor tal van belevenissen zorgde. Daarvan kreeg Harrie ook zijn portie mee. Zoals het leuke wagentje dat hij 's avonds laat nog even kocht, maar waar helaas de vierde versnelling van ontbrak. "Djú", zeggen ze daar, "je doet er dan wat langer over". Of in Duitsland, daar had iemand benzine in de dieselbus gedaan. En hier kon de Hanomag niet tegen. Meestal was je met een hele club, maar dat gaf nog wat geleier zeg! In het donker en driekwart dag later werd alsnog, zo zwart als een tor, de grens gepasseerd. Op de woensdag voor een race in Tolbert, waar Harrie nog zicht op het kampioenschap had, kocht hij een aardige bus. Maar vrijdagavond ging na nog geen 30 kilometer het olielampje branden. Weer terug. Van een vriend van een vriend de Daf 33 van diens vrouw geleend. De auto leeg geplukt en de Yamaha plus gereedschap en monteur erin, ongelooflijk toch! 's Nachts weer op weg en nu ging wéér een rood lampje branden! Dat kon zo niet, retour en toen brak de drijfstang. Het hele blok open, allemaal olie en ze waren amper twintig kilometer weg geweest. En hoe vertel je dat? 's Morgens naar Tolbert gebeld. Toen gold: Wie niet komt trainen (veiligheid), mag niet racen. Weer een vriendelijke kennis gewonden. Die bracht hem weg met auto en aanhanger. Te laat aldaar, de laatste klasse was nog aan het rijden. Vlug de motor van de kar en tijd om nog iets voor te bereiden, zoals banden controleren, warmdraaien enzovoort, was er niet. Snel 't pak aan en ondanks de tegenwerking met brullende motor onder de afzetting door. Hij had hier al vaker gereden, dat scheelde, en bij de tweede doorkomst viel de zwarte vlag. Maar hij had getraind en en passant de tweede startplek neergezet. Hij won de volgende dag de race en werd dat jaar (1974) wederom kampioen! Kom daar maar eens om tegenwoordig, iedereen heeft toch een motorhome? Toen ging het soms zo.

Lange-afstandsraces
Rond deze tijd trouwde hij met een Boxtelse en begon als zelfstandige in polyester artikelen. Dankzij de zich ontwikkelende internationale contacten in de racewereld waren de producten wel van de nieuwste modellen. In 1973 was Jack Middelburg er eens tijdens een wedstrijd in de ongelimiteerde in Tegelen hard van afgegaan. Hij had zijn Honda door de lucht zien vliegen en tegen een boom zien stuiteren. Hij had veel pijn en behoorlijk aangedaan, dokter erbij enzovoort. Wilde echt even stoppen, zolang het zeer deed, maar Harrie had hem overgehaald toch voor de punten te rijden in de 350 cc klasse. En tijdens die wedstrijd was hij het al snel vergeten. Ze reden elkaar bijna van de wielen hij inhaalmanoeuvres van lappers. Jack werd eerste en Harrie tweede in deze race. Eigenlijk waren het allemaal motorvrienden onder elkaar. Ook in 1973 werd Harrie met Tonnie van Schijndel winnaar van de zes-uren race in Someren op een Jap-auto Honda (een goed zwaar ogend dik ding). Dit na uren binnen twintig seconden met zijn broer Kees en Jack Middelburg in de strijd geweest te zijn. Ongeveer één ronde voor het einde brak bij Jack de drijfstang! De 200 mijlen te Helmond won Harrie op zijn eigen Yamaha. Daarop volgden de 24-uren races te Oss. Die had hij in 1972 gewonnen met Tonnie Schijndel op een Voss Honda Nederland. In 1973 kwam hij op een Dresda Honda aan de start. Het ging echt loeihard en ondanks enkele keren de pit in geweest te zijn (er wapperde een lederen beschermflapje voor de inlaatkelken bij 220 km/uur), liepen ze ieder uur één ronde uit. De volgende morgen om negen uur vielen ze echter uit, met zeventien ronden voorsprong, vanwege een gescheurd frame.


Broer Kees

Over het algemeen kunnen we zeggen: Hij had,net als vele anderen, de beschikking over top materiaal. Daarbij de inspanningen van de supportersclub en goede Sponsors. Bijvoorbeeld Motorhuis Willy Neutkens uit Westerhoven, die in 1978-80 met twee nieuwe Yamaha's te voorschijn kwam. En een Peugeot garage in Zaltbommel en nog veel meer ondernemers. We hebben er allemaal plezier aan beleefd en het waren pracht jaren. Het kon niet op: Harrie, die op alles reed wat hij kreeg: Honda, Kassa, Guzzi, BMW, Yamaha, Egli-Honda van T. v. Heugten, en zelfs eenmaal op Norton Manx. Dat laatste deed hem goed, want buiten wedstrijdrijder is hij nog steeds motorliefhebber, zowel historisch als technisch. Ondertussen wxs zijn broer Kees ook uitgegroeid tot topcoureur, begonnen op een Ducati de fanclub van Harrie, Eerst met sponsoring van Van Heugten motors en later van Opstalan dakplaten, En met iets meer Wil Hartog gedrag in positieve zin. Dat scheelt ook een stuk. Tijdens een radio uitzending die tijd vertelde hij zijn honderdste eerste prijs behaald te hebben. Die mannen reden daarbij wel in twee of zelfs drie klassen! En daarbij heb je een hulpploeg van deskundige mensen nodig en vervoer dat erbij komt. Het ging zo in 1976-77. Twee jaar met één watergekoelde Yamaha 250 of 350 cc. Was de 250 cc race verreden, dan hadden ze één wedstrijd tijd ter beschikking om de 350 cc set te monteren. Gewone mensen hoor, zeg maar bakker, kapper, maar wel motormannen. De één verwisselde de gearing en een ander haalde de stroomlijn eraf, alsmede de uitlaten. Cylinderblok en zuigers wisselen en op tijd aan de start voor de volgende race. Dat zijn slopende zaken voor mens en machine en het is ook niet altijd mooi weer....

Samenwerking
Inmiddels er een samenwerkingsverband tussen N.M.B. en K.N.M.V. tot stand gekomen. Het was er de tijd voor. We schrijven 1976 en Harrie legde de basis. Na kennisgeving hij gaan praten met de heer Vaassen van de K.N.M.V.. Deze had er wel oren naar, maar wilde echter niet met de N.M.B.-praeses, de heer Van Bokhoven, aan tafel en dus heeft de heer Coumans het afgemaakt. Het zat echt wel goed in elkaar met een verdeelsleutel, zowel bij cross als race, voor de internationale afvaardigingen. Maar nu kon er géén Nederlands Kampioenschap N.M.B. meer bestaan en dat werd prompt de N.M.B.-cup! Zo ging dat en het bleef spannend. Harrie zou onder andere nog driemaal dubbel cupwinnaar, in de 250 en de 350 cc, worden. Vanaf 1976 tot 1980 was hij ook K.N.M.V. internationaal, maar zou slechts één keer in Assen tijdens de 'TT race' starten. Te hard karakter, maar goud, denk daaraan! Als doorlopend rijdersvertegenwoordiger in allerlei commissies 'Was hij wel iets te scherp en dat zou hem opbreken. Wat dacht je! Als er een heel ernstig ongeluk gebeurd, nooit de hoge heren aansprakelijk stellen. En er gebeurde nog wel eens het een en ander. Tropenjaren in die tijd waren er 22 N.M.B. wedstrijden, zesmaal internationaal en nog eens zoveel K.N.M.V.-kampioenswedstrijden per jaar. Daar kwam het rijden in meerdere klassen bij en de spullen moesten natuurlijk in topconditie blijven. Het waren echt tropenjaren voor Harrie. En dan was er nog het polyesterbedrijfje, dat op top draalde en grote bekendheid genoot in de motorwereld. Dat alles maakte een beëindiging, wegens zijn aangetaste gezondheid, in 1995 noodzakelijk. Toen hij al met de racerij gestopt, maar zo ver zijn we nog niet. Bij de wegraces in 1977 bij Alkmaar spatte de krukas door het carter val de Yamaha. Tijdens het rijden in een andere klasse, had één de monteurs de sproeiers uitgeleend aan een collega renner.... Bij de wedstrijd hierna (inmiddels was alles hersteld) in Zandvoort wilde het ding niet meer goed lopen. Hij bleef maar benzine terug blazen. Nu heb ik wel eens gehoord van mensen die zich met roterende inlaat-racers bezig hielden (er zijn zowel links als rechts-draaiende motoren), dat een schijf er verkeerd in kan worden gezet en dan kon het nog even duren eer het weer goed kwam En die sproeiers ? Misschien was de goede man er niet bij, maar ze waren helemaal vergeten! Ze waren nog niet teruggeplaatst. Dat gaf extra stress en bij de training in de 350 cc werd de snelste tijd neergezet. Waarschijnlijk uit gram en toen viel Harrie er pittig. Even naar het hospitaal en de dag erna kon er niet gereden worden. In 1978 kwam zwager Rob van Zanten in Zandvoort ernstig ten val en bleef onder andere veel te lang in coma liggen. Zijn vrouw was al in verwachting van hun eerste kind en dit gaf zo'n consternatie, dat Kees van der Kruijs er meteen mee stopte. Dat na een pracht carrière, met misschien wel zes TT starts te Assen en dito landskampioenschappen.

Pech in Zandvoort
Harrie ging nog even door op goed materiaal en had er ineens nog meer helpers en verzorgers bij. In 1979 reed hij op een prachtige Biggelaar Ducati SSR (vergrote 900) en was diverse malen de eerste viertakt finisher in een groot veld met veel tweetakt racers erbij. De geschiedenis blijft zich herhalen, telkens weer. Tien jaar eerder dat ook zo bij de 250 cc klasse. En nu bij de CRT veteraan demo races, met een viertakt is het in de 250 niet meer bij te sloffen, zo gezegd. Met Rob Punt reed hij dat jaar in Assen de zesuren race op de Ducati. Alles ging goed, alleen hadden ze de verkeerde banden en moesten daarmee uitvallen. Ook probeerde Harrie met een Fransman (ene Roche) in op een Moto Plast Kawasaki de zes-uren uit te rijden, maar drie keer pech verhinderde een hoge klxssering. Bij het warmdraaien ineens Italiaans Team Tumult, iedereen werd wild: oliefilter-lekkage. Het werd een start vanuit de pitstraat en later gingen nog eens twee slangen lek. Toen ging de vierde versnelling stuk. Dan maar rechtstreeks van de derde naar de vijfde versnelling. Maar ze draaiden wel zeer snelle tijden en kregen daardoor een uitnodiging om in Misano te komen rijden. Daar bleek dat de vierde versnelling nog een beetje rot was; op z'n Italiaans dus maar. Wel werd de reis en het hotel royaal vergoed!

Laatste racejaren
In 1979 vond de laatste kampioensrace (NMB-cup dus) plaats, in Gilze-Rijen, en de strijd ging tussen Harrie en Louis van de Wetering uit die regio. Van de Wetering had zogenaamde WESP Yamaha's, wat dat betekende weet ik niet, wel dat het bloedsnel De motoren waren inmiddels zo'n 90 pk sterk en daarmee kun je best wel op je gezicht gaan. Zo ook Louis, die een botje in zijn voet had gebroken tijdens de training. Eigenlijk mocht hij niet meer rijden, maar er was een grote supportersschare voor beide kemphanen aanwezig en die stel je niet teleur. Door bemiddeling van Harrie, als rijdersvertegenwoordiger, mocht Louis van start gaan (nadat hij ergens in het rennerskwartier zijn voet ietsje ingepolyesterd had!). En Van de Wetering werd kampioen en Harrie ditmaal tweede. Helemaal niet slecht, echt niet. Oja, bij de 24 uurs race in 1974 had Harrie zijn pink gebroken. Het regende een beetje, wat doorgaans geen enkel beletsel opleverde. De week hierna, in Born of Brunsum, had hij zijn handschoen open geknipt, het gips iets verwijderd en de race gewonnen! Zelf heb ik ook wel eens gips mijn teen gehaald en daar is niets door gewonnen. Pijnlijke zaken zijn het. Pijnlijk is ook voor Harrie dat hij nu toegeeft dat zijn gedrag in diverse commissies en bestuursorganen veel energie heeft gekost en uiteindelijk zijn sportprestaties niet ten goede kwam. In september 1980 reed hij zijn laatste wedstrijd in een racecarrière van veertien jaar, als laatste val het seizoen, wederom in Gllze-Rijen en net als bij zijn eerste optreden won hij de 250 cc race. Mooier kon het niet. Mede door politieke ovenvegingen en de teloorgang van de NMB is deze illustere renner toen gestopt. Hij heeft bijgedragen aan een motorsportperiode in Nederland die zijn weerga niet kent. De samenwerking tussen beide bonden bleef wringen, onder andere door de transfers topcoureurs uit de wegracerij. Bij de motorcrossers was weinig last (het zijn ook leuke mensen). Den Boet en Middelburg gingen terug naar de NMB er ondanks alle overlegorganen stond heel Nederland op zijn kop. Een half jaar later wilden H. Spaan en de toen veelbelovende coureur Twikler naar de KNMV en ze werden gunstig ontvangen. De NMB ging door gebrek aan sterke leiding en onderlinge verdeeldheid in 1981 weer terug naar de enige ware moederkerk, de KNMV dus. Dat na een zogenaamd rampjaar en hierover is wel een boekje te vullen. Ter afsluiting: rond 1995 stond Harrie op een AerMacchi 250 cc mij als heropstapper aan de start in Wijster, Drenthe, bij een demo-race. Twee keer ging hij tot het uiterste met zijn versleten laarzen en valpak. Alleen ik kon hem partij geven, maar drie keer ging de bobinekabel los. We wisten niet wat er was. Daar kwamen we thuis pas achter. En in Amsterdam (sportpark Sloten, waar de NMB zo'n tien keer races georganiseerd heeft?), kwam hij nog eens aan de start met een opgevoerde 350 cc Aermacchi racer van Jaap de Jong. Deze motor had een totaal verkeerde gearing en een vierkante achterband. Geeft niks hoor, rijden, dat kan altijd. Maar hij kende het schitterende circuit nog al te best. Hier liet hij ons nog eens bloedstollende technieken zien en dat was echt de laatste keer.

Bron: 'Het Motorrijwiel'