Home » Hans Spaan

Hans Spaan

ruimschoots aan de verwachtingen voldaan

Voor de start van het seizoen '79 organiseerde Kreidler importeur Van Veen een talentenjacht op het circuit van Zolder. De geselecteerde coureur zou met steun en technische van Van_Veen bij de eerste acht moeten rijden. Nu, negen maanden later, mag de geselecteerde coureur zich kampioen van Nederland noemen in de 50 cc klasse. Het wordt dan ook de hoogste tijd voor een nadere kennismaking met de jongste telg uit de Van Veen stal.

Het is feitelijk puur toeval dat de 20-jarige Hans Spaan op een race-circuit verzeild is geraakt. „Ik was zestien toen ik wel wat in de motorsport wilde gaan doen. Motorsport interesseerde mij al van jongs af en andere hobbies had ik niet. Trouwens nu nog niet. De motorsport is mijn lust en mijn leven. Je hebt trouwens ook weinig tijd voor andere dingen. Maar goed. ik wilde wel wat gaan doen. In eerste instantie ging mijn belangstelling uit naar de cross. Daarbij speelde de financiën natuurlijk ook een grote rol. Crossen leek mij nog wel te betalen. Toen ik mijn plannen met een vriend, die zelf een 50 cc racer had, besprak, bood hij mij zijn fiets te koop aan. Wegrace zag ik ook wel zitten dus dat heb ik maar gedaan. Als mijn vriend op dat moment niet gestopt was mét racen, was ik gaan crossen. Achteraf gelukkig natuurlijk dat het zo gelopen is". Studeerde toen nog? „Nee, anders had ik ook geen centen gehad om die fiets te kopen. Ik heb twee jaar op de I.t.s. gezeten, maar het naar school gaan zag ik helemaal niet zitten. Ik had altijd gedacht dat je daar een vak leerde, maar meer dan de elft zat je in zo'n duf theorielokaal. Ik heb zelfs nog een foto, gemaakt door een leraar, van het moment dat ik lag te slapen in de klas. Dat was typerend voor mijn instelling op school. Nu heb ik in de avonduren het diploma autotechniek gehaald. Deze manier is mij beter bevallen dan jaren achtereen, dag in dag uit, naar school te lopen".

Stukje bij beetje

Hans zit nu dan wel behoorlijk op rozen, maar zoals zoveel coureurs heft hij ook al een hoop leerzame „race-ellende" achter de rug. „In '76 was ik van de B-groep naar de A-groep van de N.M.B. overgegaan. Veel races heb ik dat seizoen niet gereden want in augustus had ik mijn fiets pas startklaar. Hoe dat kwam? Heel simpel. Geldgebrek. Ik verdiende natuurlijk toen nog erg weinig. Het was een hele toer om iedere maand een paar centen over te houden. Iedere keer als ik weer wat gespaard had, kocht ik weer wat onderdelen. Het seizoen was op vier races na ten einde, toen ik pas met een complete motor aan de start kon verschijnen."

Puinhoop

Het jaar daar op ging helemaal de mist in, aldus Hans. Lachend vertelt hij: „Het seizoen '77 was ronduit een puinhoop. Wat een chaos was dat zeg. Nu kan ik er om lachen, maar toen kon ik wel het ging direct in het begin van het seizoen al fout. Samen met een vriend ging ik altijd naar de races, maar mijn vriend besloot te stoppen met racen. Ik had geen rijbewijs en geen vervoermiddel zodat ik ieder weekeinde van anderen afhankelijk was. Iedereen wilde wel een keer rijden maar het was dan veelal meer te doen om de lol dan om het racen, zodat je nooit serieus bezig kon zijn. Uiteindelijk stelde de motorclub uit Uitgeest een busje beschikbaar. Hartstikke leuk natuurlijk, maar daarmee begon de ellende pas goed. Vrijdagavond vertrokken we altijd met een steeds wisselend gezelschap en meestal kwamen we zaterdagmorgen aan. Het busje was namelijk totaal versleten. Onderweg moest er altijd gerepareerd worden met alle gevolgen van dien. We hebben altijd een hoop lol gehad maar het racen leek dan ook nergens op. Daarbij kwam nog dat ik ook een helper had, dus ik rommelde in mijn eentje maar wat aan. Eén ding heb ik dat seizoen wel geleerd: 'Als je wil racen moet je het voor 100 procent doen anders kun je beter thuis blijven'.

Andere aanpak

In '78 besloot de automonteur uit Castricum zijn hobby serieus aan te pakken. „Ik wilde eindelijk eens goed beslagen aan de start komen. Daarom heb ik eerst mijn rijbewijs gehaald en een auto gekocht. Daarna heb ik mijn motor grondig gereviseerd, zodat ik de hele winter in de garage bezig geweest ben. Intussen had ik in Theo Schermer een beste helper gevonden, dus ik zag het helemaal zitten. Ik mag dan ook wel zeggen dat 1978 mijn eerste echte raceseizoen was. Het was achteraf alleen jammer dat ik juist in de kampioensraces veel pech had. Alleen de laatste twee wedstrijden gingen bijzonder goed. Het was trouwens maar goed dat het seizoen daarna afgelopen was, want mijn frame overal te scheuren."

Drie rondjes was genoeg

Hoe ben je met Van Veen in aanraking romen? „Van Veen heeft mij begin 79 benaderd. Mijn helper heeft destijds wel op advertentie gereageerd, maar daarop zijn ze toen niet in gegaan. Ik was het al helemaal vergeten. We hadden zelfs al een nieuw frame besteld. Plotseling kreeg ik begin '79 een uitnodiging voor Zolder. We waren daar met vijf coureurs. Ik kreeg na drie rondjes nog pech ook, maar desondanks kon ik toch voor Van Veen gaan. Wat betekende die steun dit jaar? Het hele project omvat eigenlijk drie jaar. Dit seizoen heeft Van Veen het materiaal beschikbaar gesteld. Dat betekende ook natuurlijk het in stand houden en prepareren van het materiaal. Tevens werd ik op de circuits beleid door Nico Polane. Het doel was dit jaar zo hoog mogelijk te eindigen dat ik in aanmerking zou komen voor een internationaal startbewijs."

Het seizoen op een rijtje

Met dit doel voor ogen begon Han dit seizoen aan de eerste kampioensrace op Zandvoort. Hierbij gaf hij meteen al zijn visitekaartje af. Ondanks een valpartij pakte hij een keurige derde plaats. Ook na afloop van de races in Hengelo was er met een tweede plaats geen vuiltje aan de lucht. Tijdens de tweede kampioensrace op Zandvoort ging het echter mis. In tweede positie liggend „Stapte" Hans even wat te vroeg van zijn motor. Ook in Oudkarspel moest de strijd voortijdig gestaakt worden. Voor de tweede maal ging er een kampioensrace verloren. Dit keer echter door machinepech. Hans over de eerste helft van het seizoen: „Het leek in eerste instantie erg goed te gaan, maar dat viel later wel even tegen. Daarbij moet ik wel zeggen dat ik
erg heb moeten wennen aan mijn nieuwe fiets. Het heeft vrij lang geduurd, voordat ik helemaal gewend was en wist wat je allemaal met dat machientje kon doen. Halfweg het seizoen zag ik het pas echt helemaal zitten." Dat blijkt ook wel uit de laatste drie resultaten. Zowel in Gilze-Rijen, Tolbert en Hengelo pakte Hans het maximale aantal punten en daarmee ook de titel. Hans over de nationale titel. „Het is natuurlijk prachtig voor Van Veen. Het zegt voor mij niet alles, maar het is uiteraard leuk om het een keer te zijn. Het is in ieder geval een stap in de goede richting. Naast het behalen van het kampioenschap pakte Hans ook nog zes overwinningen in N.M.B.-wedstrijden. wat natuurlijk een N.M.B.-Cup opleverde.

Op de circuits had de Noord-Hollander nauwelijks vervoersproblemen maar om er te komen des te meer. „Zoals zo vaak in mijn racecarrière had ik ook dit seizoen regelmatig pech onderweg naar de circuits. Ik had wel een auto, maar dat was niet zo'n hele beste. We moesten een keer in Helmond rijden. Halverwege gaf mijn auto de geest. Om de drie kilometer was het water verdwenen. Gelukkig reden we langs een kanaal, maar het werd toch vijf uur in de ochtend voordat we op het rennerskwartier arriveerden. We hebben die auto maar in Helmond achtergelaten en zijn met kennissen terug gegaan naar Castricum." Wat ga je de komende wintermaanden doen? Jammer genoeg heb ik geen racemotor meer thuis. Dat eigenlijk het enige nadeel van gesponsord worden. Ik zie wel een beetje tegen de winter op. Om er toch door heen te komen heb ik onlangs een crosser gekocht. Wat mij betreft mag het seizoen weer beginnen want ik ben het nu alweer zat'.

Niet dat ik wat tegen de N.M.B. heb maar waarom jij bij deze bond?
„Waarom niet. Ik ben daar begonnen en het bevalt mij uitstekend". dus waarom zou ik veranderen. Het maakt me trouwens helemaal niets uit bij wie ik rij. Ik maak me nooit zo druk over dergelijke zaken. Het loopt toch zoals het lopen moet aldus de nuchtere Spaan.
Doe je veel aan je conditie?
„Niets gewoon de normale dingen. Alleen mijn gewicht houd ik regelmatig in de gaten. Het kost me overigens weinig moeite om 56 kg te blijven.