Boet van Dulmen


Antonius Pius Maria (Boet) van Dulmen vormde samen met Wil Hartog en Jack Middelburg 'de Grote Drie', het trio dat in de jaren zeventig en begin jaren tachtig triomfeerden in de 500 cc klasse, ook wel de Koningsklasse genoemd. 



'De Boet van Dulmen story', een verhaal uit een motorblad.......


„Wat goed is komt snel" heeft wijlen de bekende sportjournalist Joris van de Berg eens geschreven. Als op iemand deze „gevleugelde" woorden van toepassing kunnen worden gebracht, dan is dat zonder meer voor motorcoureur Boet van Dulmen uit Ammerzoden.

Via de N.M.B. is „Den Boet" binnen korte tijd een grote vedette van de K.N.M.V. geworden. Door zijn spectaculair en gedurfd rijden - dat niettemin getuigt van groot vakmanschap - is hij bij het „motorvolk" geweldig populair geworden. Eigenlijk nu al. nu hij nog niet op het toppunt van zijn kunnen is en normaal nog een hele motorsport carrière voor de boeg heeft, is er al een „Boet van Dulmen Story" Het was enkele dagen voor Pinksteren 1971 dat enkele vrienden aan de bar van het gezellige en sfeervolle café „Het Centrum" in Ammerzoden -waar Pierre en Mieke Kuipers nog altijd de scepter zwaaien — onder het genot van een goed glas bier een Weddenschap afsloten, die voor de motorsport in Nederland in het algemeen, maar voor Boet van Dulmen in het bijzonder, opzienbarende gevolgen heeft gehad.

De N.M.B. had voor 2e Pinksterdag een wegrace georganiseerd en het gesprek dat Leon van Beers. Jan en Roel Wordragen, Ad de Wit, Antoon en Arnold v.d. Oord, Boet van Dulmen en kastelein Pierre Kuipers voerden ging over die race die voor het en gastvrije Ammerzoden toch nog altijd een belangrijk sportevenement was. Boet van Dulmen, die over een 450 cc Honda standaardmachine beschikte en met dit „huilende monster" de rust in het meestal vredige dorp zo nu en dan wreed verstoorde, beweerde namelijk bij hoog en laag dat hij al die mannen van de Nederlandse Motorsport Bond gemakkelijk de baas kon en ze zonder pardon van zijn wiel zou rijden. „Nou. als ie meedoet en wint krijg je van mij vijf zei de een. „en van mij een tientje". zei een ander.

„Ik zorg voor de papieren en zal het inschrijfgeld betalen". beloofde de kastelein. Overmoedig en met veel bravoure nam Den Boet de uitdaging aan, niet om het geld. maar gewoon om te kunnen laten zien dat hij iets meer kon dan met een „rotgang" door het dorp scheuren. Boet schreef in en toch wel tot zijn grote verbazing mocht hij 's-zaterdags komen trainen.

Dat kan allemaal bij de Nederlandse Motorsport Bond. Tijdens die trainingen hebben de organisatoren, jury-leden en andere motorsport-experts wellicht hun niet kunnen geloven, want deze „gelegenheids" coureur had in een „veld" van routiniers de snelste trainingstijden op de klokken gebracht. Zoals bij te doen gebruikelijk. kreeg hij daardoor het recht om te worden opgesteld op de eerste startrij. Voordat de wedstrijd begon kreeg Boet van de starter echter het „bevel" om achter aan te sluiten.

„Je hebt nog te weinig ervaring". vertelde men hem. Boet sputterde niet tegen, maar meteen toen de startvlag viel flitste hij als een schicht langs al die anderen en in de eerste ronde had Boet van Dulmen al zoveel voorsprong opgebouwd, dat hij door de concurrentie niet meer was te bereiken.

Den Boet heeft die race toen niet gewonnen, een gebroken remkabel schakelde hem uit, doch de experts hadden een groot coureur ontdekt. Zondags daarop won hij in Tegelen zoals hij wilde. Die avond is er een geweldig feest in Ammerzoden. Als een held werd hij binnengehaald, met de harmonie voorop.

Van toen af werd Boet van DuImen het paradepaardje van de N.M.B. en de oogappel van voorzitter Michel van Bokhoven. Hij won daar alles wat er voor hem maar te winnen was en deed daarbij geweldig veel routine op, routine die hem later heel goed van pas zou komen.

De N.M.B. waar hij groot is geworden, was voor hem de springplank naar de K.N.M.V. alhoewel hij het bij de bond van van Bokhoven altijd heel goed naar zijn zin heeft gehad en er veel heeft geleerd.

Bij de K.N.M.V. is dit begenadigde talent met zijn weergaloze stijl en fabelachtige techniek in recordtijd tot een van de beste motorcoureurs van Nederland, wellicht de beste.


De overgang naar de K.N.M.V. is al met al niet van een leien dakje gegaan omdat men in het secretariaat in Arnhem in het begin niet heeft geweten of begrepen over welke enorme kwaliteiten Boet van Dulmen beschikt. Nu had hij ook een en ander aan zichzelf te wijten door met een niet zo'n beste motor „examen" te komen doen.

En dat men bij de K.N.M.V. veiligheid, ook voor de man zelf, boven alles stelt is een vanzelfsprekend feit.

Wel voelde Den Boet zich „vernederd" dat hij bij het „proefdraaien" bij de K.N.M.V. moest rijden achter coureurs, die hij indertijd bij de N.M.B. klopte zoals hij wilde. Het was een bewijs dat men dit, natuurtalent" toen heeft onderkend ook door experts die bij de K.N.M.V. het een en ander in de melk te brokkelen hebben. Toen hij eenmaal het startbewijs bij de K.N.M.V. had is het met Den Boet hard gegaan, want wat hij in nog geen twee jaar daar heeft bereikt is indrukwekkend. Een K.N.M.V.-race zonder Boet van Dulmen is welhaast ondenkbaar.

Hij heeft verschillende races, die door de overmacht van Wil Hartog, eentonig dreigden te worden. weer cachet gegeven. Dat zal niemand kunnen ontkennen. Den Boet heeft aan de supportersclub, die zijn naam draagt, verschrikkelijk veel te danken, daar is hij zich terdege van bewust. Wat deze mensen voor hun favoriet hebben gedaan is onvoorstelbaar. Op een „oude" machine van Marcel Ankoné is Boet van Dulmen bij de K.N.M.V. begonnen, Nu beschikt hij over twee (in de 350 en 500 cc klasse) geweldig goed draaiende Yamaha's en in de 250 cc klasse over een gloednieuwe HD.

Dat hebben die supporters, die bij iedere wedstrijd ook nog voor een regen van premies zorgen. toch maar gefikst. Wat uniek is in Nederland: In Ammerzoden organiseert deze supportersclub onder auspiciën van de N.M.B. races, waarvan de „baten" bestemd zijn voor de K.N.M.V.-coureur Boet van Dulmen.

Ook heeft Boet van Dulmen inmiddels in het bekende Bossche overslagbedrijf Dis Laponder een royale een enthousiaste sponsor gevonden. Topsport zonder een goede sponsor is immers onmogelijk. Laponder is vast van plan om deze sponsoring volgend seizoen zodanig uit te bereiden, dat Van Dulmen zich geheel aan de motorsport zal kunnen gaan wijden en zich zodoende voor iedere wedstrijd terdege kan voorbereiden.

Hij zal wanneer dit enigzins mogelijk is alle Grands Prix mogen rijden. In Finland heeft Boet voor het eerst gereden op een M.Z. fabrieksmachine. „Een razend snelle motor". zegt hij, „ik ben er zeer tevreden over, ondanks het feit dat ik rijdende op de 6e plaats, moest uitvallen wegens moeilijkheden met de remmen en de krukas.

Men is bij M.Z. volop bezig om de machine voor de Grand Prix van Tsjechoslowakije en Joegoslavië weer startklaar te krijgen". 

Wie is nu eigenlijk Boet van Dulmen, de succesvolle motorcoureur uit het Gelderse Ammerzoden?

Als je dat vraagt aan mensen die hem kennen, zoals vader en moeder Van Dulmen, Zijn verloofde de altijd goedlachse drogiste/schoonheidsspecialiste Ineke van de Schoot, zijn onvolprezen monteur Willy van Wanrooy uit Geldrop. de grote kleine man achter de schermen, en kastelein Pierre Kuipers uit het plaatselijk café „bar Het Centrum" dan krijgt men eensluidend het volgende beeld voor ogen: Boet van Dulmen, van beroep dragline machinist, is een joviale en sympathieke jongen, die daardoor in Ammerzoden al populair was lang voordat hij met motorracen begon. Daarbij is hij zelfverzekerd. resoluut, iemand die precies zegt waar het op staat en er geen doekjes om windt, al zal men dat niet altijd van hem verwachten omdat zijn optreden nog al eens „verlegen" overkomt. Hij is zeer behulpzaam, heeft veel voor een ander over en zal nooit vergeten wat anderen voor hem hebben gedaan. Daarbij kan hij goede humor zeer waarderen. Zijn successen zijn hem niet naar het hoofd en hij loopt zeker niet van verwaandheid buiten zijn schoenen. Hij is gewoon gebleven zoals hij altijd was: een gewone eenvoudige jongen en misschien ook weer daardoor wordt hij door de Ammerzodense gemeenschap op handen gedragen.


Wel is Den Boet de laatste tijd serieuzer gaan leven. Vroeger was hij vaak nonchalant en liet hij een en ander nogal eens aan het toeval over. Ook de voorbereidingen voor de races lieten soms te wensen over. Bij de N.M.B. had hij immers geen concurrentie. Bij de K.N.M.V. was dat anders: hier moest hij vechten om aan de top te komen en er te blijven. Men heeft eens tegen Boet van Dulmen gezegd dat een motorcoureur die werkelijk leeft zoals een topsporter moet leven, bij velen van zijn collega's een „straatlengte" voorligt. Boet heeft dat heel goed in zijn oren geknoopt. Hij schafte zich een crossmotor aan en in het „veld" heeft hij hiermee zijn conditie aanmerkelijk kunnen opvoeren. Ook kan men Boet vaak in de weidse polders van Ammerzoden en omgeving op de fiets tegenkomen. Hij heeft alles gedaan wat mogelijk was om dit seizoen zo goed mogelijk voor de dag te komen, waarbij zijn grote wens was om in de T.T. van Assen te mogen starten. Dat is ook gebeurd. En hoe! Hij werd in de 350 cc klasse niet alleen de beste Nederlander maar hij reed te midden van de internationale cracks een opmerkelijk goede een race waarvan de experts diep onder de indruk zijn gekomen. Wat had hij graag de beschikking gehad over het snelle en betrouwbare materiaal waarmee mannen als Giacomo Agostini en Teuvo Länsivuori op het circuit kwamen. Den Boet had niettemin grote bewondering voor zijn gewiekste sleutelaar Willy van Wanrooy, die de 350 cc watergekoelde Yamaha in topconditie had gebracht, ondanks het feit dat het Rotterdamse Motorpaleis de broodnodige onderdelen niet kon leveren. Den Boet heeft zoals algemeen is bekend hier in de kranten en voor televisie en radio fel tegen geprotesteerd. De Oost-Duitse MZ-staf, die zijn uitstekend Grand Prix debuut in de T.T.-races Van Assen had gevolgd en ook in de Grote Prijs van België overtuigd raakte van zijn vele kwaliteiten, bood hem aan om enkele Grands Prix te rijden met een nieuwe fabrieksmachine, waarmee nog geëxperimenteerd moest worden. Den Boet nam dit aanbod aan omdat hij er van overtuigd is dat hij in die buitenlandse wedstrijden een enorme ervaring op kan doen en ook omdat hij gelooft in het vakmanschap van de Oost-Duitsers. En zo is Boet van Dulmen momenteel de enige fabrieksrijder van Nederland geworden. Wie had dat kunnen denken toen hij enkele jaren geleden op een doodgewone Honda -standaardmachine startte in die gedenkwaardige Pinksterrace. waarover in Ammerzoden nu nog grote verhalen worden verteld.






Hieronder een knipsel uit de Provinciale Zeeuwse Courant van 30 augustus 1986