Marcel Ankone

Marcel Ankoné had als 19-jarige nog nooit een motorfiets bereden, maar toch reed hij zich in drie seizoenen naar internationale bekendheid. Een echte bliksemcarrière, die herinneringen oproept aan die van een andere bekende Twentenaar Theo Bult. Marcel zelf lacht er maar eens om, als wegràce-enthousiasten zijn talent met dat van Theo Bult vergelijken, van wie hij zijn 350 cc-Yamsel kocht. Met een toon van — ze kunnen me wat — zegt Marcel: „Er zijn mensen die' zeggen: je rijdt een fiets van Bult, dan moet je ook maar zo hard gaan als Bult!" Daarna volgt een veelbetekenend stilzwijgen. Het is duidelijk: Marcel wenst zijn eigen tempo te bepalen. Gelijk heeft hij, want gezien de resultaten gaat deze 23-jarige Oldenzaler hard genoeg! „In elke Grand Prix zit ik weer in de schoolbanken" vertelt Marcel over zijn eerste Grand Prix seizoen. „Hier in Nederland kun je je tegenstanders nog wel eens afbluffen met een bliksemstart, waarbij je direct een beslissend gat slaat. Doe je hetzelfde in een Grand Prix, dan eindig je nog pas als tiende. Die mannen laten zich namelijk niet afbluffen. Die gaan hard van de eerste tot de laatste meter!" Wie de staat van dienst van de Oldenzaalse coureur bekijkt, heeft al snel de neiging zijn integraalhelm voor deze doorzetter diep af te nemen. Marcel kwam namelijk niet alleen bliksemsnel naar de top, maar hij deed dat ook nog volledig op eigen benen: „Wat goed is, komt snel" luidt een bekend gezegde. Marcel is goed en kwam razendsnel! Op 20-jarige leeftijd kocht hij zijn eerste motorfiets, een 350 cc-Kawasaki Avenger, die hij maar direct onderhanden nam en meer geschikt maakte voor sportgebruik door alle overbodige onderdelen er af te slopen. Met die machine haalde hij begin 1970 zijn nationale startbewijs, feitelijk nog als een aardigheidje zonder serieuze bedoelingen. Het kan soms raar lopen in het leven. Zijn ouders, die beiden enorm meeleven met Marcel's sportcarrière, hadden aanvankelijk geheel andere bedoelingen met hun zoon, zeven jaar lang was Marcel namelijk in opleiding voor missionaris, een bijzonder langdurige studie, die hij opgaf omdat hij als 19-jarige noch de zin, noch de lengte van een dergelijke opleiding meer zag zitten. „Te weinig praktisch gericht op ontwikkelingshulp" vindt Marcel, die verder ook opzag tegen een studie van nog zeven jaar. Tegenwoordig pioniert hij in het verzekeringswezen, tenminste in de tijd, dat hij thuis is en dat is de laatste maanden niet veel geweest. Het behalen van het startbewijs bleek voor hem geen enkel probleem, „hoewel ik niet zo'n Zandvoort specialist ben" zegt Marcel. In dat zelfde seizoen reed de Oldenzaler zich direct in de publiciteit, door als derde op de ranglijst voor het nationale kampioenschap in de 350 cc-klasse te eindigen. Alleen Nico v. d. Zanden (dubbelkampioen in de 250 en 350 cc in 1970) en Cors de Boer wisten véér hem te eindigen, maar die hadden dan ook de beschikking over echte Yamaha TR2 produktieracers. De machine van Marcel is nog steeds zijn zelf omgebouwde Kawasaki, die hij samen met „sponsor" broer Tonny, die het aannemingsbedrijf van de familie doet, op een verstandige manier opvoerde. De snelheidswinst werd niet gezocht in het hoog opvoeren van het vermogen, maar in het optimaal maken van het rijwielgedeelte. De machine kreeg betere vering en betere remmen. Voor werd een Ceriani telescoop en Ceriani 4-leading-shoe rem gemonteerd, achter kreeg de machine Koni's. Terwille van het gewicht werden alle overbodige onderdelen gedemonteerd en werden tank en racezitje van polyester. Een stroomlijn voltooide de ombouw tot racer. Terwille van de betrouwbaarheid werd aan het blok betrekkelijk weinig veranderd. „Ik heb altijd met standaard cilinders gereden", zegt Marcel, „maar we hadden nogal geluk met een stel goede expansie-uitlaten, waarmee de motor direct goed liep. In eerste instantie hebben Tonny en ik alleen racezuigers en stalen schijven gemonteerd, terwijl in 1971 de compressieverhouding nog iets verhoogd werd. Verder was het blok echter helemaal standaard; standaard carburateurs, standaard cilinders en een standaard 5-versnellingsbak. De een had ik nooit nodig, dus het waren er feitelijk maar vier!" Dat Marcel met een dergelijke machine zo hard ging, wilde er bij de concurrentie nooit zo erg in, „maar" zegt Marcel, „als ze het niet wilden geloven, liet ik ze maar eens een keer binnenin kijken".

B-internationaal
Zijn derde plaats op de ranglijst leverde Marcel na zijn eerste seizoen in 1970 direct de status op van B-internationaal, waarmee zoals bekend in binnenlandse internationale wedstrijden en in het buitenland gestart mag worden, uitgezonderd de Grand Prix wedstrijden. Marcel bleef in 1971 uitsluitend aan in Nederland verreden internationale races deelnemen — seizoen met zijn inmiddels fraai geprepareerde 350 cc-Kawasaki eigenbouw — waarmee hij ook toen weer voor opvallende prestaties zorgde. In 1971 leerde Marcel, wat insiders noemen „hard gaan met minder vermogen".