Maan Coumans

„Ik krijg niet de medewerking die nodig is", klaagt Coumans. „De gemeente Geleen wil mij pas tegen het voorjaar, wanneer de kans op vorst is uitgesloten, de baan in het sportpark voor training afstaan en dan nog maar een paar uur in de week. Die tijd is toch veel te kort om jonge rijders voor de competitie voor te bereiden, terwijl de speedwayrijders in Holland kunnen trainen, wanneer zij willen. Die komen dan in een uitstekende conditie aan de start. De gemeente Geleen wil de baan in orde houden om haar eventueel bij vorst onder water te kunnen zetten en er een ijsbaan van te maken. Deze team-sport kost mij veel geld en de MERA kon van haar kant toch ook wel iets doen om in de lasten bij te dragen. Wat kosten mij mijn motoren niet, waarvan mijn reserve in de soep is gereden, wat kosten mij niet de banden niet en de benzine en olie? En wat kost het reizen niet! En van de KNMV ondervind ik ook geen grijntje medewerking....... Nee, op deze manier gaat de animo bij mij eruit".

GEEN MEDEWERKING.
Maan Coumans hult zich in een mokkend zwijgen en je beseft ineens, dat de man, die daar met zijn handen in zijn zakken tegen de muur leunt en met zijn lichte ogen in onbestemde verten tuurt iets hindert, dat hem iets op zijn hart ligt, waarover hij feitelijk niet graag spreekt, omdat misschien alles voor hem heeft afgedaan. Maar Maan Coumans maakt van zijn hart geen moordkuil en hij gooit er ineens een hele serie klachten uit, die zijm onverschilligheid duidelijk verklaren. De zaken, zoals zich met betrekking tot de speedwayrijderij in Geleen ontwikkelen, kwetsen en vervelen hem tegelijk. Dat hij geraakt en verveeld is is geen gevolg van gekwetste ijdelheid.

„Wij zien Limburgia dus niet meer op de sintels van Geleen, Rotterdam, Amsterdam, Den Haag terugkeren", vraag je dan. Coumans trekt voor de zoveelste maal zijn schouders op. Hij weet het niet. Wat zijn persoonlijke interesse voor de motorsport betreft heeft hij zijn plannen reeds gemaakt. In de garage staat een monster van een race-motor. eentje, die „eenmaal losgelaten" een maximum snelheid van 196 km kan halen en met deze wagen gaat hij in het a.s. seizoen aan de motorcrosses in België deelnemen, wedstrijden die daar een grote populariteit genieten èn bij renners en bij publiek. En verder is hij voornemens dit jaar aan enkele dirttracraces in Alkmaar, Utrecht (Mereveld) en Hilversum deel te nemen, individuele wedstrijden, die aan zijn persoonlijk genoegen tegemoet komen en hem van een hoop soesa bevrijden. 

Motorcross en dirt track
Als je Maan Coumans vraagt. waarom toch de competitie niet werd uitgereden, waarom toch Limburgia zijn laatste wedstrijd tegen de Windmolens niet kon rijden, haalt hij ongeïnteresseerd en onverschillig zijn brede schouders op en mompelt een paar woorden, waaruit men kan afleiden, dat naar de mening van de K.N.M.V. het seizoen reeds te ver gevorderd was, dat de baan, waarop die laatste wedstrijd verreden zou worden door de autoriteiten van diezelfde organisatie op de voorlaatste wedstrijddag wegens te grote vochtigheid werd afgekeurd, een overdreven voorzichtigheidsmaatregel, waarop 't publiek met de zitkussentjes begon te gooien, een demonstratie van misnoegen, die men meer pleegt te bewonderen, wanneer dat „veelkoppige monster" het niet neemt. Het interesseert hem trouwens op het ogenblik niet meer, dat een overdaad van buitenlandse wedstrijden de competitie in de war heeft gestuurd.

Dit jaar, 1964, zit het pechduiveltje de pupillen van manager Coumans danig in de wielen. Dat komt, omdat deskundigen de capaciteiten van Greeves zodanig hebben opgefokt, dat de zuigerveren al dit geweld niet kunnen verwerken. Voor zondag aanstaande, zo verzekerde ons de heer Coumans, is er speciaal materiaal ingebouwd en dan zal er heel wat moeten gebeuren, wil men de Limburgianen een of meer overwinningen afhouden. De concurrentie van de nieuwe DOT, waarmee René Cortie zondag zo'n schitterende overwinning heeft bevochten, maant echter tot voorzichtige voorspellingen in de 250 cc klasse. In de zware klasse heeft de Roermondenaar Han v.d. Sluys, die een JAP motor in zijn Greeves heeft ingebouwd, zondag j.l. alle concurrentie teruggewezen, Juist in Geleen, waar de Midden-Limburger kind aan huis is, zal hij willen bewijzen, dat zijn overwinning in Baarlo geen toevalligheid is geweest. Het is nog te vroeg om nu reeds een definitieve kampioenskandidaat naar voren te halen, want daarvoor spelen in de motorsport te veel factoren een rol. Wanneer wij de deelnemers in de onderscheiden categorieën in ogenschouw nemen, dan verheugt het ons dat alle oude bekenden zondag  in Geleen weer van de partij zijn. Steeds meer Limburgers komen de gelederen van de RKNMB versterken. Opvallend is, dat zij iedere wedstrijd opnieuw in de voorste gelederen strijden.

PECHDUIVELTJE
Domme pech hield büvoorbeetd zondag in Baarlo Jan Dirix en Ton Schuster van een overwinning af. Zondag krijgen echter in eigen huis een pracht gelegenheid om revanche te nemen. Trouwens in die 250 r.c. klasse junioren zit een heel stel provincialen uit het land van het bronsgroen eikenhout. We denken aan de Heerlenaar Roolvink en het Roermondse contingent; de Groot, Geeten, Krappen, Frenken en Rommelskirchen. die samen met nestor H. Cortie sr. uit Nederweert in staat moeten zijn zondag in Geleen het Limburgs volkslied te doen weerklinken. En dit ondanks, dat zich in het dertig man sterke veld knapen als Th. Slaats (Volkel) en de Amsterdammers priem en van Ekeren bevinden. De junioren rijden in series met een herkansing en een finale.

GEDRANG
De organisatoren hebben bij de senioren het maximum aantal deelnemers laten inschrijven. behoeft heus geen insider te zijn om te weten. dat een start van 15 coureurs op een sintelbaan een spectaculaire inzet is, waarbij vooral in de eerste bocht met centimeters ruimte wordt gewoekerd. Alle favorieten zijn in deze categorie van de partij. We zeiden het reeds, dat voor de Limburgia-coureurs het motto „nu of nooit" zal gelden. Zowel Piet van Beek als Hans v.d. Kaay Schuurman en Roelandt zijn 't aan hun eer verplicht eens daden te stellen, welke de naam van hun team weer de oude vertrouwde klank hergeven Wij verhelen hierbij niet, dat knapen als René Cortie, Jo Lammers, Stef Smit, Frans Merks, Slaats, Voster en v.d. Kuinder stuk voor stuk knapen zijn, die ook het vak op de sintels stevig onder de knie hebben. Vast staat. dat de heren zondag in Geleen een vuurwerk zullen afsteken, dat de toeschouwers bij elke manche zal doen reikhalzen. Er in drie manches gereden met puntentelling.

ZWARE JONGENS
Na de daverende overwinning van de Roermondenaar Hanny v.d. Sluys houden we voor zondag beslist rekening met een herhaling, want niet alleen beschikt hij over een oersnelle machine, maar ook is het sportpark voor hem 'n vertrouwd strijdtoneel waar hij jaren geleden tijdens speedway reeds grote triomfen vierde. Of zondag zou in Geleen blijken. dat hij de concurrentie in Baarlo heeft verrast? We kunnen ons tenminste niet voorstellen.dat een Joost Molegraaf, de kampioen 1963, een Gerrit van Beek, een Ben van Dijk, een Jos van Gompel en een Willy v.d. Elzen, om maar voornaamsten te noemen, zich zo maar onder de voet zullen laten lopen.
En wat te denken van André van Doorn uit Blerick en van de Amsterdammer Kees Cortie sr. , die beiden in Geleen reeds bewezen hebben, uit het goede hout te zijn gesneden. Neen, wil de Roermondenaar zondag zijn prestatie van Baarlo herhalen, dan zal hij ongetwijfeld in zijn allerbeste vorm voor het startlint moeten verschenen. Hanny weet, dat men hem in Geleen graag mag en dat moge voor hem een extra stimulans vormen, andermaal een Limburgse zege tot een feit te maken. Klokslag half drie valt het startsein voor een serie van 10 races, die stuk voor stuk het aankijken meer dan waard zullen zijn. We verwachten voor dit motorsportgebeuren een massale belangstelling.

Tot voor het seizoen 1965 was het de Limburgse Cross Organisatie die ieder jaar in ons gewest een serie baanraces en crossen organiseerde, welke grote belangstelling trokken. Dit geschiedde toentertijd onder de bezielende leiding  van de heer Maan Coumans en de vlag van NMB. Nog vers in ons geheugen liggen de fraaie prestalies van het bekende Limburgia-team waarvan de heer Coumans manager was en als zodanig ook jonge coureurs de kans gaf de motorsport te beoefenen door hen racemachines ter beschikking te stellen en hun training te leiden. We denken hierbij aan Harry Driessen en Broer Roeland. Coureurs van klasse zoals Floor Verbrugge, Frans Merks en afgelopen seizoen ook Harry Driessen werd ruimschoots de gelegenheid geboden in buitenlandse wedstrijden uit te komen en hun krachten op internationaal niveau te beproeven.  Topman van 't Limburgiateam was ongetwijfeld Floor Verbrugge, die zowel in 1965 als in 1966 het nationaal en het Westeuropese kampioenschap 250 cc wist te veroveren. Nationaal kampioen werd de Limburgiaan met 't maximale aantal te behalen punten (120).

Het zo succesvolle Limburgia-team staat op het punt uit elkaar te vallen. De beide v. Roestenburgs uit Eindhoven gaan een eigen team samenstellen. Zij hebben trainingsgelegenheid en onder de Brabantse motorrijders is er animo genoeg. Maan Coumans kan hen dat moeilijk kwalljk nemen, hij respecteert dat, omdat hij vroeger in eenzelfde geval verkeerd heeft, maar wat hem wel wringt en ontzettend hindert is de omstandigheid, dat hij geen gelegenheid krijgt om jonge renners te kweken, enthousiaste knapen, die er wel een en ander voor over hebben om het „vak" te leren en de opengevallen phuitsen te kunnen innemen. En dan is het bovendien niet zeker, dat Cordang en Janssen blijven rijden.

Je kijkt Coumans een tikje verrast aan en vraagt je in gemoede af van waar die onverschilligheid ineens mag komen. Bij Maan Coumans nog wel, de man, die zich met hart en ziel op de speedwaysport had geworden. die er in 1947 eindelijk na veel moeiten en 'teleurstellingen in slaagde Limburg op de Geleense sintels eindelijk zijn eigen team te geven, nadat in 1946 zijn eerste pogingen schipbreuk hadden geleden, omdat er geen materiaal en rijders waren. Van waar komt die onverschilligheid bij Maan Coumans, die zijn tijd en zon materiaal beschikbaar stelde om jonge rijders het harde vak van hen risico's leerde te vermijden, hun en andere levens niet te wagen kortom, hen alles bij te brengen, wat een speedway-rijder moet kennen om het speedway-startbewijs te kunnen verkrijgen. Hoe die onverschilligheid te verklaren bij Maan Coumans, die zich voor die opleiding veel opofferingen getroostte? Coumans is nu niet bepaald een grillig en luimig man, met zoiets van de alrures van een jeune premier, van een over het paard getild jong sportman, die meent, dat de wereld van smeltende bewondering aan zijn voeten ligt. Grillig of luimig is Coumans in de verste verte niet. Zijn eerlijke oogopslag, zijn kalme stem, die door een lichte verkoudheid ietwat schor klinkt, zijn hele doen en laten
raden een goedmoedigheid. waarachter men een grote kracht en een sterke wil weet. Maar die goedmoedigheid heeft echter zijn grenzen en wanneer die grenzen overschreden worden, maak je kennis met een Maan Coumans zoals je die dan op die avond in zijn werkplaats aantreft, een man zonder veel woorden en zonder enige geestdrift ten aanzien van een sport, waarin hij elders de Limburgse kleuren heel erg hoog heeft gehouden.