OP BEZOEK BIJ AAD VERSTEEG

Met een 305 cc Honda wist hij het afgelopen wedstrijdseizoen als derde te eindigen op de ranglijst voor het nationale kampioenschap in de 350 cc klasse. Doordat hun namen bijna gelijkluidend zijn verkeerden wij tot voor kort zelfs in de Aad en Arie veronderstelling, dat er slechts één Versteeg in de wegracerij actief was. Dit resulteerde in een naamsverwisseling in ons artikel over de kampioenshuldiging, waarover u inmiddels reeds een rectificatie hebt kunnen lezen. Zoals altijd valt ook nu weer de onvermijdelijke vraag: „Hoe bent u in de wegracesport terecht gekomen? ". Het lijdt geen twijfel, dat hij hierbij geïnspireerd is door broer Arie, die in 1964 voor het eerst aan de startlijn verscheen. Het begon allemaal, toen Aad op 18-jarige leeftijd slaagde voor zijn motorrübewijs. Zijn eerste motorfiets werd een CZ met een cilinderinhoud van 150 cc, die hij van zijn oudere broer kon overnemen. De kleine cilinderinhoud kon hem echter niet al te zeer en in zijn zucht naar snelheid volgden er steeds betere en snellere machines. De CZ moest plaats maken voor 350 cc Jawa twin, verwolgens kwamen er een Eysink, een 350 cc BSA, een BMW R69, een 250 cc Honda-SS waarmee hij door een onoplettende automobilist in de, op deze machine volgde nog sloot gedeponeerd werd een 650 cc Triumph Bonneville en tenslotte werd eind 1965 de speciale Ducati aangeschaft. In deze periode toonde Aad echter al grote belangstelling voor de wegracesport, want niet alleen was hij bij alle Grand Prix wedstrijden in Duitsland, België, Frankrijk en Engeland te vinden maar bovendien werden zeer veel vrije weekends op het circuit van Zandvoort en zelfs op het circuit van Assen doorgebracht. In het komende seizoen zal de sportieve Rotterdammer weer hoge ogen trachten te gooien, niet alleen in nationale races, maar ook indien hij misschien vanwege zijn kampioenschap in aanmerking komt voor een internationaal startbewijs in het buitenland. Zijn grote wens is namelijk om veel wedstrijden in een seizoen te kunnen rijden, niet zozeer vanwege de verdiensten, maar meer om ervaringen op te doen op zoveel mogelijk verschillende wegracecircuits, waarbij om hoog in het klassement te kunnen eindigen in de eerste plaats de rijcapaciteiten een belangrijke rol spelen. Door veel op hetzelfde circuit te rijden, loopt men namelijk het gevaar een specifieke „Zandvoort-rijder" te worden, die echter op vreemde stratencircuits weinig weet te presteren. En dàt wil de nieuwe nationale kampioen Aad Versteeg tot iedere prijs voorkomen!

Het is slechts aan weinige beginnende wegrace-enthousiasten gegeven om in hun allereerste wegraceseizoen maar direct een nationaal kampioenschap in de wacht te slepen. Toch komt dit zo af en toe voor. De thans 28 jaar oude Aad Versteeg uit Rotterdam, nationaal kampioen in de 250 cc klasse, is één van de weinigen die dit lukte. Met zijn Ducati Mach I S wist hij als eerste te eindigen op de ranglijst met een ruime puntenvoorsprong op de tweede man. Als gevolg van het feit, dat bij de huidige regeling de internationale startbewijsbewijshouders tegelijk met de „nationale startbewijshouders in een gemeenschappelijke race uitkomen, is zijn naam bij het publiek minder bekend dan bij zijn tegenstanders, die hem in het afgelopen seizoen als een zeer snelle rijder hebben leren kennen. Van de in totaal vier voor het kampioenschap meetellende wedstrijden, heeft hij er weliswaar geen enkele weten te winnen, maar wel wist hij. steeds als één der snelste nationale startbewijshouders een wedstrijd te beëindigen, waarvan zijn puntentotaal (verkregen uit de drie beste resultaten) van 18 + 19 +17 = 54 getuigt! Voor het publiek vielen deze prestaties echter niet op, omdat hij in het totale verband van de race vaak met een zesde, zevende of nog lagere rangschikking genoegen moest nemen, terwijl internationale startbewijshouders met de betere plaatsen naar huis gingen. De middelgrote, blonde Rotterdammer weet echter wel degelijk wat hard gaan is, ondanks het feit, dat zijn Ducati Mach 1 S — de „S" houdt in, dat er bronzen klepzittingen en een „wilde" nokkenas gemonteerd zijn niet door de fabriek bedoeld is als een speciale wegracer. Zijn snelste tijd op Zandvoort van 1.58,4 ofwel een gemiddelde van ruim 127 km/uur dwingt wel respect af! De motorsport is in huize Versteeg zeer populair. Niet alleen is zijn charmante vrouw, waarmee hij 28 december jl. in het huwelijksbootje stapte, helemaal „gek" van de motorsport, maar ook zijn broer houdt zich met de snelheidssport bezig.

De eerste wedstrijdervaringen werden opgedaan in 1965, toen onze enthousiaste Rotterdammer, die in het dagelijks leven een administratieve functie vervult bij een fijnhouthandel, inschreef met zijn Bonneville voor de standaardraces op Zandvoort. Deze eerste poging werd niet bepaald een succes, want in de eerste ronde moest hij reeds het veld ruimen met pech. Met de inmiddels aangeschafte Mach 1 S werd aan het einde van het seizoen nog deelgenomen aan de K.N.M.V.-sterrendag, maar door de regen kwam er geen bijzondere lijd uit de bus. In de wintermaanden werd de Ducati voor het nieuwe seizoen geprepareerd, niet zonder resultaat blijkens zijn zeer goede rondetijden tijdens de eerste trainingsdag op Zandvoprt. Versteeg opende het seizoen goed door in Tubbergen, de eerste wedstrijd tellend, voor het kampioenschap, na een goede race beslag te leggen op de derde plaats. In Etten gingen de zaken echter wat minder voorspoedig, want reeds in de training kreeg hij zulke grote moeilijkheden, dat hij in de race niet kon starten. In de twee laatste races op Zandvoort was vrouwe Fortuna echter weer op z(in hànd en eindigde hij respectievelijk op een vijfde en een negende plaats, hetgeen hem het felbegeerde kampioenschap in de 250 cc klasse opleverde.
In de Internationale zes-uren-race vormde Versteeg tezamen met Bestebreurtje een team in de klasse sportmotoren 125-250 cc. Na ruim vijf uur rijden namen zij in deze klasse de derde plaats in met slechts gering verschil op de beide koplopers. De huidige kampioen zou de laatste loodjes van de wedstrijd voor zijn rekening nemen en op een zeer scherp schema begon hij geleidelijk aan iets van de achterstand goed te maken, totdat hij bij het uitkomen van het bos door een oliespoor het circuit eens van zeer dichtbij ging liggen bekijken. Hiermee waren echter ook de kansen op een hoge klassering verkeken en eindigde de equipe Versteeg/Bestebreurtje slechts op de vijfde plaats.