Een bijzonder motorsport evenement!

Frans van der Lugt, een bekend NMB-coureur, opperde begin 1969 het idee om een 24-uursrace voor motoren te gaan organiseren, naar het voorbeeld van de 24-uursrace voor auto’s in Le Mans. Hij nam contact op met het hoofdbestuur van de Nederlandse Motorsport Bond. Na enige aarzeling besloot het hoofdbestuur eens te gaan praten met Harrie Hofmans en Gerrit Schellen beide bestuursleden van motorclub Stichting Motor en Autoclub Oss. Ook werd er contact opgenomen met Piet Verhagen, de voorzitter van het Grand Prix Team uit Oss. Iedereen was enthousiast, ook de gemeente Oss die direct een vergunning verleende. Op zaterdag 14 juni 1969 ging de eerste 24 uurs race van Oss van start. Dat gebeurde bij het industrieterrein Elzenburg (Maas-haven), dat nog volop in ontwikkeling was naast het net aangelegde kanaal, alwaar een circuit van 2800 meter werd uitgezet. Op de Maaskade werd de start- en finishlijn getrokken en de pits ruimte gecreëerd. De Achterschaijkstraat en Macharenseweg maakten ook deel uit van dit hoekig stratencircuit met elf bochten. Deze ware slijtageslag van mens en machine werd in goede banen geleid door vele enthousiaste vrijwilligers en baancommissarissen uit Oss en trok al meteen veel motorcoureurs uit binnen- en buitenland. De mengeling van lokaal talent, zoals Tonny van Schijndel en Leo Spierings, N.M.B.-coryfeeën als Boet van Dulmen, de gebroeders Kees en Harrie van der Kruijs, Hans Hutten en later Jack Middelburg en de het Italiaanse fabrieksteam van Laverda, zorgde voor grote publieke belangstelling. De eerste editie van Osse 24-uurrace die op zaterdag 14 juni 1969 startte trok al meteen zo’n 30.000 toeschouwers. Dit evenement groeide daarmee uit tot een van de meest tot de verbeelding sprekende motorsportevenementen die Nederland gekend heeft. Het was ook uniek in de wereld. In de nachtelijke uren was er volop vermaak op het terrein naast het circuit (waar een kermis en een feesttent was) en in de pit straat waar gesleuteld werd aan de soms haperende machines. Na het immense afzien van 24 uur lang was het bereiken van de finish door de motor matadoren een ware bevrijding. Tweemaal (1972/1975) kon de plaatselijke motorheld Tonny van Schijndel zich tot de winnaars rekenen. Mede door de onveiligheid van het circuit en de diverse ongevallen waarbij zowel coureurs als publiek waren betrokken waren voor de organisatie de aanleiding om nog strengere veiligheidsmaatregelen te treffen. Helaas gebeurde er tijdens de zevende editie in 1975, in de vroege ochtend van 22 juni, een fataal ongeval waarbij Hans Hutten, een van de meest gelauwerde coureurs van de N.M.B. en eerder winnaar in Oss, om het leven kwam. De verslagenheid onder zijn collega’s, fans en de toeschouwers was groot. Maar desondanks werd de race, zij het in rouwstemming, toch voortgezet. Een nieuwe editie van de 24-uursrace van Oss zat er helaas niet meer in. De zoektocht naar een nieuw en veiliger circuit leverde uiteindelijk niets op en daarmee kwam een eind aan dit wereldbekende evenement dat Oss voor altijd op de kaart heeft gezet. 


Programmaboekje 1969

klik op de afbeelding voor een vergroting


Winnaars

1969 :  Johan van de Wal / Henk Rekers
1970 :  A. Brettoni / E. Dossena (Italië)
1971 :  Hans Hutten / A. Trebeti
1972 :  Tonny van Schijndel / Harrie van der Kruijs 
1973 :  Gerrit Jongetjes / Kees van der Kruijs 
1974 :  Johan van de Wal / Rinus van Kasteren
1975 :  Tonny van Schijndel / Willy Krebs

Circuit

Het circuit had een lengte van 2,8 kilometer. Start en finish was op de Maaskade. De rijrichting was met de klok mee achtereenvolgens via de Achterschaijkstraat (ook wel het Nonnenlaantje genoemd) en de Macharenseweg weer terug naar de Maaskade. 



1969: het eerste jaar.....de primeur!

Door een goede samenwerking van de Nederlandse Motorsport Bond en de plaatselijke motorclub werd, met steun van het college van B & W van de gemeente Oss, de 24-uur van Oss mogelijk. In het weekend van 14 en 15 juni werd de eerste 24-uur van Nederland in Oss verreden. Plaats van handeling was het in het noorden van Oss gelegen industrieterrein Elzenburg. Aan dit industrieterrein werd een circuit van ruim 3.100 meter uitgezet met de start op de Maaskade. Het circuit had 11 bochten en een lang recht eind van circa 1,2 km. Over een lengte van meer dan 300 meter werd een nieuw stuk weg aangelegd en het gehele circuit kreeg een nieuwe toplaag. Ook werden in totaal meer dan 200 lantaarnpalen geplaatst en door Janson Bridging een loopbrug over het circuit. Het "Maashavencircuit" was daarmee klaar voor de eerste 24-uur van Oss. Er was ook voor voldoende vertier gezorgd. Een heuse kermis en een groot beatfestijn op vrijdag waarvoor de destijds bekende top groepen "Brainbox", "Shocking Blue" en "Les Cruches" waren gecontracteerd. In de nacht van zaterdag op zondag en op zondagavond kon er gedanst worden in een danstent. Het mocht allemaal wat kosten, maar er werden ook niet voor niets maar liefst 100.000 toeschouwers verwacht. Die kwamen er niet, maar volgens het bondsblad waren er wel meer dan 64.000. Het evenement werd een groot succes en vele N.M.B. liefhebbers stonden met een geweldig trots gevoel langs de kant van het circuit te genieten. Een waar succes voor het Comité Nederland, Grand Prix Team Oss, de N.M.B. en de deelnemende coureurs. Er deden zich geen noemenswaardige ongelukken voor en bijna de helft van de teams kwam aan de finish. Er kwamen machines in alle inhoudsklassen vanaf 125 t/m 750 cc aan de start. Het startveld kende, met uitzondering van de Laverda's van het fabrieksteam, enkel standaardmotoren die met enige aanpassingen voor de monsterrace waren geprepareerd. Hans Hutten had met teammaat Dieter Reimann, zijn werkelijke naam was Claudio de Ceola, erg lang de koppositie. Maar de drie fabrieks Laverda's, en ook die van Hutten/ Reimann, kregen problemen. Enkel team C van Otis/lslero (Agusto Brettoni/Massimo Laverda) kwam nog als vierde over de finish. Johan van de Wal en Henk Rekers hadden een kundig team met een oer betrouwbare 350 cc Honda. Uiteindelijk waren zij de winnaars met 851 ronden voor de broers Jan en Jos de Laat uit Rotterdam met hun 350 cc Kawasaki en de het team Jongetjes op hun 500 cc BMW.



Herinneringen aan een bijzonder evenement

Bijna 43 jaar geleden, in juni 1975, werd de laatste '24 uur race van Oss' verreden.
Etienne Corljé schetste in het blad 'Motorrijwiel' in 1999 een beeld van dit Nederlands wegrace evenement van bijzondere allure. 

Motorman Toon
Op een van de redactievergaderingen viel een keer de opmerking "de laatste 24 Uur van Oss is ook alweer bijna 'n kwart eeuw geleden". Dat deed mijn geheugen een sprong van vijftien jaar terug in de tijd maken. Ik kreeg toen bij een collega-motorrijder uit Tilburg wat opslagruimte aangeboden voor mijn immer uitdijende hoeveelheid motorspullen. Hij was enkele jaren ouder dan ik en bleek een gretig verteller. Zodoende kwamen ook de races in Oss eens ter sprake, waar hij nog aan meegedaan had. Al de avond na de vergadering kon ik een afspraak maken met mijn oude motorvriend om nog eens over 'Oss' te komen babbelen. Er volgde een warm onthaal door Toon van Boerdonk waarbij hij meteen 'vol gas van start ging' en zijn vrouw Ria amper tijd gaf koffie en koeken te serveren. Toon was en is een motorman in hart en nieren. Hij heeft een open oog voor alles wat motorfiets is, maar in het verleden was hij meer Engels georiënteerd. Die 'Engelse ziekte' resulteerde in 1970 in deelname aan de tweede 24 Uren Race in Oss. De firma Ben Huybers uit Best had aan een groepje motorrijders een Triumph Trident 750 driecilinder ter beschikking gesteld. Ben deed toen ook vrij veel 'Engels' , zodoende. Er is toen een tweede (gloedjenieuwe) Trident voor onderdelen bijgekocht. De toenmalige Rotterdamse importeur Stokvis genegen die voor een schappelijke prijs te leveren. Toon bracht beide motoren naar de Triumph fabriek in Meriden alwaar ze wat preparatie en 'kietelwerk' kregen. Let wel: dit is het jaar waarin de BSA / Triumph driecilinders heel veel races wonnen, dus het zag er allemaal veelbelovend uit.

Le Mans start

Als rijders waren gekozen Theo van Geffen en Ad van Eeden. Toon deed sleutelwerk, inrijden van de motoren, plus alle hand- en spandiensten, terwijl de heer Huybers voor de beschikbaarstelling van motor en de nodige pecunia zorg droeg. Theo van Geffen was, als vele anderen van de eerste races in Oss het jaar daarvoor, al actief in de N.M.B. wegraces dus vandaar. Theo, reeds een aantal malen kampioen in lichtere klassen en een uitstekend bestuurder was eerste rijder. Ad een verdienstelijk rijder maar, zoals Toon mij lachend vertelde, een nog betere 'remmer'. Ook zou hij meer de showman van het team zijn. Toch was hij zeer belangrijk als tweede rijder want niemand houdt het 24 uur vol. Zeker onder de gegeven omstandigheden niet. We spreken dan van zomers weer, gewone maar wel geprepareerde straatmotoren en een bochtig stratencircuit. Dit 'Maashaven-circuit' ligt bij het dorpje Elzenburg nabij Oss. Het toeval wil dat Toons vrouw, Ria, uit dit dorpje komt. Op mijn vraag: "Toen gezien en later opgehaald?" volgt een brede grijns, dus wie zal het zeggen. De aanvang zaterdagmiddag om sier uur. Dit nog een echte Le Mans start en vlak ervoor heerste er een doodse stilte. Voor de diverse rijders het nog echt trappen als ze een flink hoge zuiger hadden gemonteerd. De planning om bij elke tweede tankstop van rijder te wisselen. Echte regels waren hiervoor niet. In de praktijk wil de tweede rijder natuurlijk ook wel. Maar als hij nog niet fit was na een eerdere sessie ging de op dat moment rijdende man gewoon door. Ook kwam het wel voor dat de rijder een sanitaire stop deed en zijn maat dan vlug weg was voor hij er erg in had. Meestal, en met name later in de race, bepaalde natuurlijk de vermoeidheid wie er reed.

Bochten

Oss was best een leuk circuit. Zeker voor het publiek; in het bijzonder het tweede jaar mocht met 60.000 bezoekers en een 1000 man organisatie (waarvan zo'n 350 baancommissarissen) uniek in Europa worden genoemd. Maar als stratencircuit blijft het natuurlijk altijd gevaarlijker dan een speciaal aangelegde baan. Het 'Maashaven-circuit' was meter lang met elf bochten. Piet Kramer herinnerde zich dat op twee-derde van het lange rechte stuk matrixlampen van de firma Gatsometer stonden. Die gaven de doorkomst snelheden aan (toen nog tamelijk uniek). De meting daarvan vond elektronisch plaats en op dit rechte stuk werden snelheden van meer dan 200 km/h geregistreerd. Vanuit de pit straat was een 120 km/h niet ongewoon. In 1972 werd overigens, behalve meer verlichting, ook een chicane aangelegd. Alle klassen reden door elkaar: van 125 tot 750 en zwaarder. Dat betekende in totaal zo'n 40 tot 50 motoren op een vrij smal circuit. Een verslag in 'Moto van de 1974 races spreekt daarbij over 6500 strobalen. Dit betekent twee strobalen per meter, dus het circuit was best wel beveiligd. Ook voor de veiligheid er de medische controle op vermoeidheid en sommige equipes moesten dan ook enige tijd verplichte rust nemen. Helaas ging het zelfs dan nog wel eens fout. Bij elke race waren er wel slachtoffers. Tot doden aan toe. Meest bekende daarvan is wel de altijd voorin rijdende Hans Hutten. Dit ongeval zou, mede, een reden zijn waardoor de races in Oss zouden werden beëindigd. Als het mis ging was het vaak 's-morgens vroeg. De vermoeidheid was dan het grootst en het toekijkende, normaal opzwepende, publiek minimaal (of slapende) aanwezig. Ook er nogal eens een grondnevel zoals die in de zomer nabij water voorkomt. Het 'Maashaven-circuit' kreeg hiervan ook zijn portie en er gaan verhalen van rijders die "Volkomen op de gok" die stukken reden.

Scheur

Ook de machines hadden dan wel hun beste tijd gehad. Ik citeer uit een 'Moto 73' verslag van 1973: "Harrie van der Kruijs kwam om half tien slingerend over het circuit en zocht de pits op". Daar constateerde men een scheur in het Honda-frame, dat de hoge snelheden - de Honda heeft een top van 230 km/u- niet had kunnen verwerken. In de Holts Racing Service wagen werd hard gewerkt om het frame weer in orde te brengen. De scheur werd vakkundig uitgeslepen en deskundig gelast. Maar toch nam de Vos-equipe het dramatische besluit de wedstrijd na ruim 17 uur op kop te hebben gereden te staken. 'Wij zijn blij dat er geen ongelukken met dit frame zijn gebeurd'" Er werd dus heus wel aan veiligheid gedacht! Door wat domme pech met hun 900 Kawasaki (defecte koppeling) vielen Van de Biggelaar/Van de Wal uit. Hierdoor kon Harrie's broer Kees (met Gerrit Jongetjes op Piek-Honda) de race met 919 ronden te winnen. Dit zijn 2941 kilometer met een gemiddelde van 122,5 km/h.

Stuurders en remmers

We spraken er al eerder over: stuurders en remmers. Belangrijke factor in een succesvolle betrouwbaarheidsrit, zoals een 24-uur race, is toch wel de REGELMATIGHEID. Met hoofdletters, jawel. Op het wat hoekige circuit van Oss kon je toen moeilijk winnen als je probeerde je concurrenten 'er uit te remmen'. Halverwege de race zat je dan vaak op het ijzer en kon je het wel vergeten. Moderne schijfremmen met snel wisselbare blokken waren nog niet algemeen. Steekassen en trommelremmen des te meer maar die hebben veel meer tijd nodig om in te remmen. We gaan heel even terug naar 1970 en Toon van Boerdonk. In dit geval was de Triumph met zijn halve-naaf simplex rem achter en volle-naaf duplex voorrem rond zes uur in de morgen uitgevallen. Men had al tweede keer een ketting stuk en ook was er een en ander losgelopen. Dat de gebroken kettingen met veel geluk gepaard gingen lijdt geen twijfel. Uit eigen ervaring weet ik dat kettingbreuk bij deze motoren ruïneuze gevolgen kan hebben door de minimale ruimte rond het kettingwiel als gevolg van de ver naar binnen gebouwde koppeling. Een iets nieuwere Trident met aluminium voorvork en conische naven. Ze reden toen wel uit maar haalden geen klassering. Ook had Huybers Motoren Toon Somers en Piet Kramer als rijders op een gemodificeerde (Ceriani vork/rem, race-uitlaat) Triumph Trident ingezet. Piet had in 1970 samen met monteur Frans Vos (van importeur Willy van Gent) op een iets gekietelde Moto Guzzi 750 al deelgenomen en het team werd toen tiende. Helaas, zoals Piet zich herinnert, draaide in de race van '71, met Somers in het adel, de Trident al binnen een half uur de krukas aan gort, zodat Piets tweede en laatste deelname aan de 24 Uren van Oss snel afgelopen was. Kijken we naar de uitslagen van de zeven Oss-races, dan blijken de Japanse merken het sterkst gepresteerd te hebben, gevolgd door één Italiaans merk: Laverda, met als meest markante jaar 1970, toen Laverda de eerste drie plaatsen opeiste.